Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9.

Artikel 29.

Rekening

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Regio Hart van Brabant

1.. Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks, vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2.. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks het jaarrapport vast. 3.. Het jaarrapport omvat, naast een jaarrekening met een overzicht van de baten en lasten over het begrotingsjaar, ook een inhoudelijk jaarverslag. Daarin is de (deel-)rekening voor de regionale jeugdhulptaken apart zichtbaar gemaakt en toegelicht. 4.. Het algemeen bestuur voegt daarbij een verslag van een onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, evenals wat het algemeen bestuur verder voor zijn verantwoording nodig acht. 5.. Na de vaststelling van het jaarrapport zendt het algemeen bestuur dit aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij Gedeputeerde Staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 6.. Het dagelijks bestuur zendt het jaarrapport binnen twee weken nadat het algemeen bestuur het jaarrapport heeft vastgesteld, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop het jaarrapport betrekking heeft, aan Gedeputeerde Staten. 7.. Een batig saldo, niet meegerekend de deelrekening voor regionale jeugdhulptaken, wordt uitgekeerd aan de deelnemende gemeenten op basis van het bepaalde in artikel 25 van deze regeling. Een nadelig saldo wordt ten laste gebracht van de deelnemende gemeenten op basis van het bepaalde in artikel 24 van deze regeling. 8.. In afwijking van het gestelde in lid 7 kan een batig saldo worden bestemd voor dekking van de kosten van het uitvoeringsprogramma van het daaropvolgende kalenderjaar, danwel voor de vorming van of toevoeging aan een algemene reserve. Tevens kan een nadelig saldo geheel of gedeeltelijk ten laste worden gebracht van de algemene reserve. Deze reserve mag ten hoogste omvatten 10 procent van de begroting van het jaar, volgend op het jaar waarop de rekening betrekking heeft. 9.. Een batig saldo voor regionale jeugdhulptaken wordt toegevoegd aan de regionale bestemmingsreserve jeugdhulp, met als maximum het percentage dat de deelnemende gemeenten bij begroting toekennen aan de regio voor het opvangen van risico’s. Het meerdere wordt uitgekeerd aan de deelnemende gemeenten, naar rato van de werkelijke kosten per gemeente. 10.. Een nadelig saldo voor regionale jeugdhulptaken kan ten laste worden gebracht van de regionale bestemmingsreserve jeugdhulp. Indien deze reserve ontoereikend is, wordt verrekend met de deelnemende gemeenten op basis van werkelijke kosten per individuele gemeente. 11.. Jaarlijks vindt een verrekening plaats van de werkelijke kosten voor de regionale jeugdhulptaken die deelnemende gemeenten hebben veroorzaakt.

Rechtspraak bij dit artikel