Het college beoordeelt de eigen kracht van ouders ten aanzien van de bovengebruikelijke hulp op basis van 4 vragen:
Is de ouder in staat de noodzakelijke hulp te bieden?
Is de ouder beschikbaar de noodzakelijke hulp te bieden?
Levert het bieden van de hulp door de ouder geen overbelasting op?
Ontstaan er geen financiële problemen in het gezin als de hulp door de ouder wordt geboden?
Indien de vragen uit lid 1 allen met ‘ja’ beantwoord kunnen worden, zijn ouders in staat om vanuit hun eigen kracht bij te dragen aan het verbeteren van de situatie en komen zij niet aanmerking voor een individuele voorziening.
Indien uit de antwoorden op de vragen uit lid 1 blijkt dat ouders niet in staat zijn om zelf de situatie te verbeteren, kan het college aan ouders vragen om een overzicht met de dagbesteding en ureninspanning van ouders aan te leveren.
Om te kunnen bepalen wat gebruikelijke en bovengebruikelijke handelingen uit het overzicht zoals bedoeld in lid 3 zijn, gebruikt het college de richtlijn ‘gebruikelijke hulp van ouders voor kinderen met een normale ontwikkeling per leeftijd’, opgenomen in bijlage 1 van deze verordening.
Voor de hulp die bovengebruikelijk is en ouders niet vanuit eigen kracht kunnen bieden, kunnen ouders in aanmerking komen voor een jeugdhulpvoorziening. Voor bepaling van de omvang van de voorziening, hanteert het college de normtijd voor persoonlijke verzorging en begeleiding opgenomen in resp. bijlage 2 en 3.
HOOFDSTUK 2: › Paragraaf 2.
Artikel 15b.
Beoordeling van eigen kracht ouders ten aanzien van bovengebruikelijke hulp
Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Beesel 2022