Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7

Regionaal Stimuleringsfonds

Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING METROPOOLREGIO EINDHOVEN 2021

Binnen de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerkingsverband Regio Eindhoven was formeel geborgd het Stimuleringsfonds. Bij de voortzetting van voornoemd samenwerkingsverband in de Metropoolregio Eindhoven is besloten dit fonds en de voeding ervan te handhaven. Ook de Metropoolregio Eindhoven wil een bijdrage leveren aan de economische structuurversterking van de regio. Regionale middelen worden ingezet voor cofinanciering. Dat wil zeggen dat ook andere partijen (Europa, Rijk, Provincie, gemeenten, private partners) een bijdrage leveren aan samenwerkingsprojecten met een aantoonbaar regionaal economisch effect. De afgelopen jaren heeft dit vorm gekregen middels een bijdrage uit het provinciale programma Economie & Innovatie, die jaarlijks aan de middelen van het Stimuleringsfonds is toegevoegd. De middelen worden met name ingezet op projecten die bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen van de regionale agenda. Daarmee wordt het structuurversterkende karakter van het Stimuleringsfonds geborgd. Het algemeen bestuur stelt voor de wijze van verdeling van de beschikbare middelen voorschriften op. Daarnaast is er in het verleden vanuit het programma Gebiedsgerichte Economische Ontwikkeling, de op individuele MKB-ers gerichte SRE Adviesregeling ontstaan. Deze SAR heeft tot doel om vernieuwende bedrijfsmatige activiteiten te stimuleren. De regeling richt zich op structurele bedrijfsmatige activiteiten in de vrijetijdseconomie en/of plattelandseconomie. Daarbij gaat het met name om die MKB bedrijven te ondersteunen, die in én voor de doelregio een toegevoegde waarde leveren. Tot de plattelandseconomie worden ook die activiteiten in het stedelijk gebied gerekend, die een duidelijke relatie en daardoor meerwaarde hebben respectievelijk met en voor het landelijk gebied. De SAR is vormgegeven als subregeling onder het Stimuleringsfonds. In de nadere uitwerking is gekozen voor de volgende uitgangspunten: a. De besluiten van het algemeen bestuur tot vaststelling van de gemeentelijke basisbijdrage zijn gebonden aan het vereiste van een gekwalificeerde meerderheid van het aantal aanwezige stemmen (via de begroting). Uitgangspunt daarbij is met name het creëren van een zo breed mogelijk draagvlak. b. Bij voorstellen aan het algemeen bestuur over de vaststelling van de inwonerbijdrage en bij het verleggen van accenten in de besteding, laat het dagelijks bestuur zich adviseren door een overleg van portefeuillehouders. c. De hoogte van de bijdrage is afhankelijk van het regionale ambitieniveau. Dit ambitieniveau dient te zijn aangegeven in de regionale agenda. Het algemeen bestuur van de Metropoolregio stelt een verordening op die de werkwijze regelt voor de subsidieverlening ten laste van het Stimuleringsfonds en de daaronder ressorterende subfondsen. In die subsidieverordening kan het dagelijks bestuur bevoegd worden verklaard nadere regels vast te stellen. Bij de bestedingen uit het Stimuleringsfonds laat het dagelijks bestuur zich adviseren door een adviesgroep bestaande uit vertegenwoordigers van regiogemeenten, bedrijfsleven en kennisinstellingen. Verantwoording achteraf vindt plaats in het algemeen bestuur door de voorzitter van de adviesgroep. De voorzitter brengt het gevoelen van het algemeen bestuur vervolgens weer in bij de adviesgroep van het Stimuleringsfonds.

Rechtspraak bij dit artikel