Onverminderd het bepaalde in art. 4:50 kan de subsidie, zolang deze nog niet is vastgesteld, en met inachtneming van een redelijke termijn, worden ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger worden gewijzigd indien de subsidieontvanger:
a. niet of niet langer aan de criteria voor subsidieverlening voldoet;
b. niet aan het bepaalde bij of krachtens deze verordening voldoet;
c. in strijd handelt met de wet;
d. wordt ontbonden, failliet is verklaard of surseance van betaling heeft verkregen.