Naar hoofdinhoud
In gebied A als omschreven in artikel 2 van deze verordening, bedraagt op grond van artikel 6, lid 1 van de Wet en in afwijking van artikel 3, lid 1 van de Wet de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op de in het gebied gelegen voor geur gevoelige objecten: 6 ouE/m3. In gebied B als omschreven in artikel 2 van deze verordening, bedraagt op grond van artikel 6, lid 1 van de Wet en in afwijking van artikel 3, lid 1 van de Wet de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op de in het gebied gelegen voor geur gevoelige objecten: 8 ouE/m3. In gebied C als omschreven in artikel 2 van deze verordening, bedraagt op grond van artikel 6, lid 1 van de Wet en in afwijking van artikel 3, lid 1 van de Wet de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op de in het gebied gelegen voor geur gevoelige objecten: 6 ouE/m3. Voor de bestaande woonkern De Glind geldt deze waarde voor zover de voor geur gevoelige objecten in het gebied zich bevinden binnen de bebouwde kom. In gebied D als omschreven in artikel 2 van deze verordening, bedraagt op grond van artikel 6, lid 1 van de Wet en in afwijking van artikel 3, lid 1 van de Wet de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op de in het gebied gelegen voor geur gevoelige objecten: 8 ouE/m3. In gebied E als omschreven in artikel 2 van deze verordening, bedraagt op grond van artikel 6, lid 1 van de Wet en in afwijking van artikel 3, lid 1 van de Wet de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op de in het gebied gelegen voor geur gevoelige objecten: 6 ouE/m3. In gebied EE als omschreven in artikel 2 van deze verordening, bedraagt op grond van artikel 6, lid 1 van de Wet en in afwijking van artikel 3, lid 1 van de Wet de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op de in het gebied gelegen voor geur gevoelige objecten: 14 ouE/m3. In gebied F als omschreven in artikel 2 van deze verordening, bedraagt op grond van artikel 6, lid 1 van de Wet en in afwijking van artikel 3, lid 1 van de Wet de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op de in het gebied gelegen voor geur gevoelige objecten: 14 ouE/m3. In gebied G als omschreven in artikel 2 van deze verordening, bedraagt op grond van artikel 6, lid 1 van de Wet en in afwijking van artikel 3, lid 1 van de Wet de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op de in het gebied gelegen voor geur gevoelige objecten: 8 ouE/m3. In gebied H als omschreven in artikel 2 van deze verordening, bedraagt op grond van artikel 6, lid 1 van de Wet en in afwijking van artikel 3, lid 1 van de Wet de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op de in het gebied gelegen voor geur gevoelige objecten: 20 ouE/m3. In alle gebieden geldt op grond van artikel 6, lid 3 van de Wet en in afwijking van artikel 4, lid 1 van de Wet bedraagt de minimale afstand tussen een veehouderij waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld, en een geurgevoelig object dat is gelegen in de bebouwde kom tenminste 50 meter indien het totaal aantal dieren van de diercategorieën waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld niet meer dan 56 stuks bedraagt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel