**1..** Het tarief voor de belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, bedraagt voor een recreatie-object per perceel per belastingjaar € 143,89.
**2..** Het tarief voor de belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, bedraagt voor woningen per perceel per belastingjaar € 287,77.
**3..** Het tarief voor de belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, bedraagt voor niet-woningen per perceel per belastingjaar:
indien de in artikel 5, tweede lid, bedoelde waarde in het economische verkeer niet meer bedraagt dan € 500.000,-- : € 287,77;
indien de in artikel 5, tweede lid, bedoelde waarde in het economische verkeer meer bedraagt dan € 500.000,-- : € 287,77, verhoogd met 0,0099% van de waarde in het economische verkeer.
**4..** Het tarief voor de belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, bedraagt voor woningen per perceel per belastingjaar € 71,94.
**5..** Het tarief voor de belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, bedraagt voor niet-woningen per perceel per belastingjaar:
indien de in artikel 5, tweede lid, bedoelde waarde in het economische verkeer niet meer bedraagt dan € 500.000,-- : € 71,94;
indien de in artikel 5, tweede lid, bedoelde waarde in het economische verkeer meer bedraagt dan € 500.000,-- : € 71,94, verhoogd met 0,0099% van de waarde in het economische verkeer.
**6..** Het tarief voor de belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c, bedraagt voor glastuinbouwpercelen:
met een aansluitcapaciteit van 0,5 m³/ha/uur per bruto vierkante meter kas per belastingjaar € 0,0966;
met een aansluitcapaciteit van 1,0 m³/ha/uur per bruto vierkante meter kas per belastingjaar € 0,1932.
**7..** Belastingbedragen van minder dan € 5,- worden niet opgelegd.
**8..** Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen rioolheffing of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.