Voor vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen:
het aantal personen, dat verblijf heeft gehouden, bepaald op 2,2 bij alle vaartuigen;
het aantal etmalen, dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden, bepaald op 15 bij alle vaartuigen.
Artikel 6
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting 2022