Naar hoofdinhoud
1.. Het college rangschikt de voor subsidieverlening in aanmerking komende aanvragen zodanig dat een aanvraag hoger gerangschikt wordt naarmate die naar zijn oordeel meer voldoet aan de volgende criteria: de mate waarin het initiatief bijdraagt aan de resultaten bedoeld in artikel 5, tweede of derde lid; de mate waarin het initiatief gericht is op de inwoners die het grootste risico hebben op blijvende schade ten gevolge van de Covid-maatregelen; de mate waarin de begeleiding van (groepen) inwoners voldoet aan de uitgangspunten: normaliseren, versterken veerkracht en betrekken netwerk; de mate waarin het initiatief bijdraagt aan duurzame, efficiënte en continue samenwerking tussen bewoners, vrijwilligersprofessionals in de zorg en andere partners in de wijk of gemeente; de mate waarin het plan tot stand is gekomen in afstemming met de doelgroep; de mate waarin het plan vernieuwend is en leerervaringen creëert voor de toekomst; de mate waarin sprake is van cofinanciering. 2.. Ten behoeve van de rangschikking worden maximaal 100 punten toegekend met de volgende maxima per criterium: 20 punten voor het criterium bedoeld in lid 1 onder a; 10 punten voor het criterium bedoeld in lid 1 onder b; 10 punten voor het criterium bedoeld in lid 1 onder c; 20 punten voor het criterium bedoeld in lid 1 onder d; 20 punten voor het criterium bedoeld in lid 1 onder e; 10 punten voor het criterium bedoeld in lid 1 onder f; 10 punten voor het criterium bedoeld in lid 1 onder g. 3.. Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen die even hoog zijn gerangschikt, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel