Hij die ophoudt wethouder te zijn heeft, tenzij hij zonder
onderbreking weer als zodanig optreedt, recht op pensioen
indien hij op het tijdstip waarop hij ophoudt wethouder te
zijn, de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.
Hij die ophoudt wethouder te zijn vóór het bereiken van de
leeftijd van 65 jaar, heeft recht op pensioen bij het
bereikten van die leeftijd, tenzij hij op dat tijdstip weer
als wethouder in deze gemeente optreedt.
Hoofdstuk › Afdeling
Artikel 16
Het recht op eigen pensioen
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders van Leusden