Indien in het bedrag van het ouderdomspensioen, waaronder
medebegrepen een eventuele toeslag en de vakantie-uitkering,
ingevolge de Algemene Ouderdomswet een wijziging wordt
aangebracht op grond van persoonlijke omstandigheden, is
degene aan wie een pensioen krachtens dit hoofdstuk is
toegekend over diensttijd voor 1 januari 1995, gehouden
daarvan onverwijld kennis te geven aan burgemeester en
wethouders.
Indien de in het eerste lid bedoelde wijziging leidt tot
verhoging van het pensioen krachtens dit hoofdstuk, gaat die
verhoging niet vroeger in dan een jaar voor de eerste dag
van de maand waarin de daarbedoelde kennisgeving werd gedaan
of waarin die verhoging ambtshalve plaatsvond.
In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders het
tweede lid buiten toepassing laten.
Hoofdstuk › Afdeling
Artikel 22
Verstrekken van inlichtingen
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders van Leusden