Recht op wezenpensioen hebben:
de kinderen van hem die overlijdt als wethouder
of als gewezen of gepensioneerde wethouder, die de
leeftijd van eenentwintig jaren nog niet hebben
bereikt en niet gehuwd zijn of gehuwd geweest zijn
dan wel niet partij zijn of partij zijn geweest
bij een aanmelding, mits zij zijn geboren of
geadopteerd voor zijn aftreden is ingegaan of in
de periode waarin hij recht heeft op een uitkering
ter zake van het aftreden.
de kinderen ten opzichte van welke aan een
mannelijke wethouder, gewezen of gepensioneerde
wethouder, ten tijde van zijn overlijden een
onderhoudsplicht krachtens artikel 394 van Boek I van het Burgerlijk
Wetboek was opgelegd, dan wel door hem
bij authentieke akte een dergelijke verplichting
was erkend, onder dezelfde voorwaarden als genoemd
in onderdeel a, en
de kinderen voor welke de wethouder, gewezen of
gepensioneerde wethouder ten tijde van zijn
overlijden de pleegouderlijke zorg droeg, onder
dezelfde voorwaarden als genoemd in onderdeel a,
met dien verstande dat in plaats van het tijdstip
van geboorte of adoptie het tijdstip van aanvang
van de pleegouderlijke zorg in aanmerking wordt
genomen.
Artikel 24, derde en vierde lid, is van overeenkomstige
toepassing ten aanzien van het gestelde onder a van het
eerste lid.
Onder pleegouderlijke zorg bedoeld in het eerste lid,
onder c, wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de
opvoeding van het kind, als was het een eigen kind,
onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het
genieten van een vergoeding daarvoor.
Hoofdstuk › Afdeling › Paragraaf
Artikel 26
Wezenpensioen
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders van Leusden