De nabestaande die de leeftijd van 65 jaar nog niet
heeft bereikt, heeft tot de eerste dag van de maand
waarin hij die leeftijd bereikt recht op een toeslag op
zijn volgens de voorgaande artikelen berekende pensioen
ten bedrage van vijftien procent van dat pensioen,
behoudens het bepaalde in het tweede en vierde lid.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder een
pensioen als daar bedoeld verstaan het pensioen nadat
eventueel hoofdstuk V toepassing heeft gevonden.
Dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van
degene die recht heeft op bijzonder
nabestaandenpensioen, noch ten aanzien van degene wiens
nabestaandenpensioen wegens hertrouwen dan wel een
aanmelding opnieuw is vastgesteld.
De in het eerste lid bedoelde toeslag bedraagt ten
hoogste vijftien procent van f 55.195,-- (bedrag
geldende op 1 januari 1985). Dit bedrag wordt telkens
aangepast bij de ministeriële regeling, bedoeld in
artikel 157, derde lid, van de Algemene pensioenwet
politieke ambtsdragers, overeenkomstig de
aanpassing van een bedrag dat op 1 januari 1985 f
63.200,-- bedroeg.
Hoofdstuk › Afdeling › Paragraaf
Artikel 36
Toeslag op het nabestaandenpensioen
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders van Leusden