Indien de belanghebbende op de dag waarop de duur van de
uitkering eindigt geheel of gedeeltelijk algemeen invalide is,
wordt, met inachtneming van artikel 7 de uitkering voor de duur
van de invaliditeit voortgezet op de voet van artikel 4b.
Algemeen invalide, geheel of gedeeltelijk, in de zin van deze
verordening is hij die als rechtstreeks en objectief medisch
vast te stellen gevolg van ziekten of gebreken geheel of
gedeeltelijk niet in staat is om met arbeid te verdienen hetgeen
gezonde personen met soortgelijke opleiding en ervaring, ter
plaatse waar hij arbeid verricht of het laatst heeft verricht,
of in de omgeving daarvan, met arbeid gewoonlijk verdienen.
Onder de eerstgenoemde arbeid wordt verstaan alle algemeen
geaccepteerde arbeid waartoe de betrokkene met zijn krachten en
bekwaamheden in staat is. Onder deze arbeid wordt niet begrepen
arbeid in een dienstbetrekking krachtens de Wet Sociale Werkvoorziening.
Bij de vaststelling van de mate van algemene invaliditeit wordt
buiten beschouwing gelaten of de betrokkene de arbeid feitelijk
kan verkrijgen.
Indien de betrokkene zonder redelijke grond weigert deel te
nemen aan een voor hem gewenste opleiding of scholing of
onvoldoende meewerkt aan het bereiken van een gunstig resultaat
ervan, wordt er bij de vaststelling van de mate van algemene
invaliditeit van uitgegaan dat de opleiding of scholing is
afgerond.
Hoofdstuk
Artikel 4a
Voortzetting van de uitkering bij invaliditeit
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders van Leusden