Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Citeertitel

Onderdeel van Nadere regel amateurkunst 2021

Deze regeling wordt aangehaald als: “Nadere regel amateurkunst 2021” Artikelsgewijze toelichting Artikel 2 Doel Actieve cultuurparticipatie is de voedingsbodem van ons culturele leven. Voor jonge mensen gaat cultuurparticipatie om activiteiten die vormend zijn voor hun identiteit. Zij ontwikkelen er creatieve competenties mee die van belang zijn in hun latere werkzame leven. Volwassenen nemen deel om zich te ontspannen of hun vaardigheden te verbeteren. Ouderen genieten ervan omdat het hun leven (nieuwe) betekenis geeft of omdat zij er sociale contacten mee opbouwen. Kunst en cultuur is van iedereen in de samenleving en moet toegankelijk zijn voor alle doelgroepen. Artikel 3 Subsidieaanvraag Subsidie kan jaarlijks worden aangevraagd tussen 1 januari en 1 april bij het college van burgemeester en wethouders. Bij indiening van de aanvraag moet gebruik worden gemaakt van een daarvoor vastgesteld formulier en dienen stukken bijgevoegd te worden. Deze stukken zijn nodig om de aanvraag in behandeling te kunnen nemen. Artikel 4 Voorwaarden Dit artikel bepaalt aan welke voorwaarden de instelling zelf moet voldoen om voor subsidie op basis van onderhavige regeling in aanmerking te kunnen komen. Vooropgesteld wordt dat de activiteiten van de instelling een openbaar karakter moeten hebben op het gebied van amateurkunst. Daarnaast is er een aantal vereisten waaraan de instelling moet voldoen ten aanzien van o.a. betalende leden/deelnemers, artistieke leiding en vestigingsplaats Gorinchem. Als een instelling niet voldoet aan deze voorwaarden, dan zal een aanvraag leiden tot weigering van de subsidie. Artikel 5 Verlening en vaststelling van de subsidie Indien aanvragen voldoen aan de voorwaarden, kan het college subsidie toekennen. Het toe te kennen bedrag bestaat uit een basisdeel en een bijdrage per actief lid. Het laatste is afhankelijk van de kunstcategorie waarin de instelling actief is. De categorieën orkest en theater hebben doorgaans hogere algemene kosten (bijvoorbeeld aan instrumenten, decor, kostuums e.d.) dan de andere categorieën, om die reden is de bijdrage per actief lid hoger. Wij willen met de ‘Nadere regel subsidie amateurkunst 2020’ cultuurparticipatie van inwoners stimuleren, waarbij we extra aandacht hebben voor jongeren. In de regeling is daarom de mogelijkheid opgenomen extra subsidie toe te kennen, wanneer een instelling activiteiten ontplooid waarbij jongeren en/of cultuureducatie het doel is. Wervingsplan Instellingen kunnen een hogere subsidie krijgen wanneer zij aantonen minimaal twee activiteiten te ontplooien, die zijn gericht op het aantrekken van (jeugd)leden/-deelnemers. Met deze incentive wil het college de cultuurparticipatie van de inwoners van Gorinchem stimuleren. Deze activiteiten moeten worden beschreven in een bij de subsidieaanvraag gevoegd wervingsplan. Behalve een beschrijving van de te ontplooien activiteiten om (jeugd)leden/-deelnemers te werven, bevat dit plan ook een terugblik (met resultaten) op een eerder uitgevoerd wervingsplan. De verhoging van de subsidie bedraagt € 500,-. Opleidingsplan Instellingen kunnen een hogere subsidie krijgen wanneer zij activiteiten ontplooien, die zijn gericht op het opleiden van eigen (actieve) leden/deelnemers en vaak ook het kader. Deze activiteiten moeten worden beschreven in een bij de subsidieaanvraag gevoegd opleidingsplan. Behalve een beschrijving van de te ontplooien opleidingsactiviteiten (werkplan) en leerdoelen voor leden/deelnemers en zo mogelijk het kader, bevat dit plan ook een terugblik (met resultaten) op een eerder uitgevoerd opleidingsplan. De verhoging van de subsidie bedraagt € 500,-. Wanneer een instelling een egalisatiereserve heeft die meer bedraagt dan de jaarbegroting, kan deze worden verrekend met de te ontvangen subsidie, wat er toe kan leiden dat een lagere subsidie verleend wordt dan waar de instelling recht op heeft conform de berekening op basis van het basisdeel, ledenaantal en de aanvullende subsidiedelen. Een instelling mag naast een egalisatiereserve, een of meerdere bestemmingsreserves opbouwen. Uit de balans bij de jaarrekening moet duidelijk blijken waar deze bestemmingsreserves voor bedoeld zijn. Artikel 7 Weigeringsgronden Niet alle subsidieaanvragen komen voor subsidieverlening in aanmerking. Per aanvraag wordt bepaald of er zich weigeringsgronden voordoen. In artikel 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 11 van de “Algemene Subsidieverordening Gemeente Gorinchem 2020” is een aantal weigeringsgronden opgenomen, waar deze regeling naar verwijst. Een voorbeeld van een dergelijke weigeringsgrond is het feit dat gegronde vrees bestaat dat de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd niet zal plaatsvinden. Daarmee vervalt de basis voor het verlenen van de subsidie. In artikel 11 van onderhavige regeling is een aantal voorwaarden opgenomen op basis waarvan het college de subsidieaanvraag kan weigeren. Wanneer bijvoorbeeld een instelling, op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, minder dan het minimum aantal van 10 actieve leden/deelnemers telt, wordt nog gedurende één jaar subsidie verstrekt. Als ook het volgende jaar op 1 januari het minimum aantal leden/deelnemers niet is bereikt, wordt de subsidierelatie beëindigd en de subsidieaanvraag geweigerd. Artikel 9 Afwijkingsbevoegdheid In bijzondere gevallen, ter beoordeling van het college, kan het college ervoor kiezen af te wijken van bepalingen van deze regeling. Van deze bevoegdheid zal niet vaak gebruik worden gemaakt. Indien namelijk blijkt dat de regeling niet toepasbaar is in de praktijk, dan zal het college overwegen de regeling aan te passen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel