Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 9.

Gesprek en onderzoek

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Neder-Betuwe 2022

1.. Het onderzoek bestaat uit een gesprek met de jeugdige en/of zijn ouders. 2.. Het college onderzoekt zo spoedig mogelijk en voor zover nodig: De behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en het probleem of de hulpvraag; Het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp; Het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden; De mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening indien de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn; De mogelijkheden om gebruik te maken van een algemene voorziening, indien de eigen mogelijkheden, het probleemoplossend vermogen en de mogelijke inzet van een andere voorziening ontoereikend zijn; De mogelijkheden om een individuele voorziening te verstrekken, indien de eigen mogelijkheden, het probleemoplossend vermogen, de mogelijkheid tot inzet van een andere of algemene voorziening ontoereikend zijn; De wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen; Hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders; De mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de jeugdige en zijn ouders in begrijpelijke bewoordingen worden ingelicht over de gevolgen van die keuze. 3.. Het college kan, met instemming van de jeugdige of zijn ouders, informatie inwinnen bij andere instanties, zoals de huisarts, en met deze in gesprek gaan over de problemen en de meest aangewezen hulp. 4.. Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van een gesprek. 5.. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van individuele voorzieningen en pgb’s om de recht- en doelmatigheid daarvan te beoordelen. 6.. Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de inhoud en de wijze waarop het onderzoek wordt uitgevoerd.

Rechtspraak bij dit artikel