Tot 2013 waren gemeenten verantwoordelijk voor het inburgeringsbeleid. Zij boden inburgering aan en zagen toe op de voortgang. Sinds 2013 wijzigde de wet ingrijpend. Nieuwkomers werden zelf verantwoordelijk voor de inburgering. Dat houdt in dat zij een lening kunnen krijgen bij DUO (van € 10.000) en vervolgens zelf een geschikte taalschool moeten kiezen. Steeds meer firma’s hebben zich de afgelopen jaren op de (lucratieve) inburgeringssmarkt gestort. Resultaat is fraude op de inburgeringsmarkt en grote verschillen in kwaliteit van inburgering. Het gevolg is dat het algehele inburgeringsonderwijs beneden peil is. Nieuwkomers moeten het zelf uitzoeken terwijl zij nog maar net in Nederland zijn gevestigd. En als men niet op tijd inburgert wordt de lening niet terug betaald, riskeert men een boete, verlaging van de uitkering of -erger nog- intrekking van de verblijfsvergunning. Nieuwkomers zijn overgeleverd aan de markt terwijl zij zelf nog onvoldoende in staat zijn om weloverwogen keuzes te nemen. Bovendien is het risico op schulden groot. Niet alleen moet men direct een lening aangaan, de kloof met het land van herkomst is zo groot dat het tijd nodig heeft om de regels van Nederland te begrijpen. Om deze regels te begrijpen is een behoorlijk taalniveau nodig. Tijdens de inburgering zelf wordt te weinig Nederlands gesproken in de praktijk. Nieuwkomers kunnen vaak maar moeilijk in verbinding komen met de samenleving terwijl dat nu net het doel is. Daardoor blijft het taalniveau achter en is het vinden van werk voor velen (bijna) niet haalbaar. Taal is immers bijna altijd een vereiste voor werk.
Gemeenten hebben sinds 2013 geen rol meer ten aanzien van de inburgering. We hebben geen zicht op hoe het gaat met het inburgeringsproces van mensen. Dat betekent dat nieuwkomers vaak niet goed geïnformeerd zijn en keuzes maken die hen in de problemen kunnen brengen. Gemeenten hebben hier nu weinig invloed op.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.1
Waarom een wetswijziging?
Onderdeel van Beleidsplan Integratie & inburgering in Purmerend