Het college informeert cliënten of hun vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet.
Een cliënt, jeugdige of zijn ouders doen aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing.
Het college kan een beslissing als bedoeld in de Wmo of Jeugdwet herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat:
de cliënt, jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid.
de cliënt, jeugdige of zijn ouders niet langer op de maatwerkvoorziening is aangewezen.
de maatwerkvoorziening niet meer toereikend is te achten.
de cliënt langer dan drie maanden verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet
de cliënt, jeugdige of zijn ouders niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening verbonden voorwaarden, of
de cliënt, jeugdige of zijn ouders de maatwerkvoorziening niet of voor een ander doel gebruikt.
Als het college een beslissing op grond van het derde lid, onder a, heeft herzien of ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van degene die opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb.
Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen 3 maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.
Als het recht op een in eigendom of in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd.
Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan.
Het college kan toezichthouders aanwijzen die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van de rechtmatige uitvoering van het bepaalde bij of krachtens de Jeugdwet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk en ondoelmatig gebruik van de Jeugdwet.
HOOFDSTUK 5
Artikel 18.
Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en misbruik of oneigenlijke gebruik van de Wmo 2015 en Jeugdwet
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2022