Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 3.2

Zelfstandig en veilig wonen

Onderdeel van Nadere regels en toelichting maatschappelijke ondersteuning gemeente Vijfheerenlanden 2022

Nadere regels op grond van artikel 3.2.1 van de verordening (voorwaarden en verstrekking van woonvoorzieningen) Woonvoorziening/-sanering: Wanneer sprake is van plotselinge beperkingen ten gevolge van COPD of continu rolstoelgebruik waardoor vervanging van vloerbedekking noodzakelijk is kan hiervoor (onder voorwaarden) een maatwerkvoorziening worden verstrekt. De leeftijd van de huidige vloerbedekking is van belang bij het vaststellen van de hoogte van de vergoedingen. Het maximum normbedrag voor vloerbedekking: € 12,50 per m2. De vloerbedekking mag niet ouder zijn dan 8 jaar. Vaststelling afschrijvingspercentage: Leeftijd vloerbedekking Vergoeding op basis van normbedrag 0 - 2 jaar oud 100% 2 - 4 jaar oud 75% 4 - 6 jaar oud 50% 6 - 8 jaar oud 25% De vergoeding wordt uitbetaald nadat bewijsstukken van de gemaakte kosten worden ingediend. Woonvoorziening voor stalling vervoersvoorziening Met name vervoersvoorzieningen met een motor, maar ook andere vervoersvoorzieningen en rolstoelvoorzieningen moeten adequaat gestald kunnen worden. Bij een voorziening met een accu is het noodzakelijk dat de stalling droog is en er een aansluiting aanwezig is om de accu op te laden. Bovendien moet de inwoner de verplaatsing van stalling naar woonruimte kunnen maken, hetgeen kan leiden tot aanpassingen. Als een dergelijke stalling niet aanwezig of adequaat is, maar de klant wel geïndiceerd is voor een vervoersvoorziening, dan zal de gemeente bij moeten dragen in het realiseren of adequaat maken van een dergelijke ruimte. De aanpassing van de stalling is in dat geval onlosmakelijk verbonden aan de verstrekking aan de vervoersvoorziening of de rolstoel. Als deze kosten erg hoog zijn, kunnen andere vervoersvoorzieningen worden overwogen. De stalling voor een (aangepaste) fiets komt in aanmerking voor een vergoeding indien noodzakelijk. Als de voorziening wordt opgeslagen, is de klant verplicht de inboedelverzekering te verhogen of een opstalverzekering af te sluiten. Bij schade door brand of anderszins verstrekt de gemeente geen nieuwe voorziening, als blijkt dat de voorziening niet was verzekerd. Vervoersvoorzieningen zijn, indien dit voor het betreffende vervoersmiddel wettelijk voorgeschreven is door de gemeente WA verzekerd. Als de eigenaar van de woning of de verenging van eigenaren geen toestemming geeft voor het realiseren van een stalling in een algemene ruimte, kan dit een reden zijn om de maatwerk- vervoersvoorziening niet toe te kennen. Extra aanpassingen welke noodzakelijk zijn als gevolg van de indeling van tuin/terras, afmetingen van door de inwoner aangebrachte toegangspaden, beplanting in de tuin, erfafscheidingen en dergelijke, verzakking van straatwerk komen niet voor vergoeding in aanmerking. De verantwoordelijkheid ligt bij de inwoner om uit te zoeken of er een stalling gerealiseerd mag worden, bijvoorbeeld bij de vereniging van eigenaren. Als de stalling niet te realiseren is, kan aan de inwoner eventueel een verhuisadvies worden gegeven. Checklist woonvoorzieningen Bij de bepaling aanvullende criteria voor woonvoorzieningen wordt de volgende checklist "belangenafweging toepassen primaat van verhuizen" toegepast: Aanwezigheid van aangepaste of eenvoudig aan te passen woningen; Kostenvergelijk tussen aanpassen en verhuizen; Volkshuisvestelijke factor kan een rol spelen; Woning moet binnen een medisch aanvaardbare termijn beschikbaar zijn; Sociale omstandigheden; Afstemming met andere voorzieningen; Werksituatie; Verandering in woonlasten; Wooncomfort; Is inwoner huurder of eigenaar van de woning; De wil van inwoner om te verhuizen; Overige specifieke omstandigheden. Bouwkundige woningaanpassing, verkoop en terugvordering Gerealiseerde bouwkundige woningaanpassingen, zoals een aanbouw, leiden tot waardestijging van de woning. Als een inwoner, die een bouwkundige woningaanpassing in eigendom of via een pgb heeft ontvangen, binnen een termijn van 10 jaar na de oplevering van de woningaanpassing de woning verkoopt, dan heeft de inwoner in beginsel financieel voordeel van een aanpassing die door de gemeente is gefinancierd. In dat geval wordt een deel van de kosten van de woningaanpassing van de inwoner teruggevorderd. De hoogte van de terugvordering is afhankelijk van het jaar van verkoop na de oplevering van de woningaanpassing. Terugvordering vindt plaats conform het navolgende schema: Verkoop in Jaar 1 100% van de meerwaarde exclusief btw; Jaar 2 90% Jaar 3 80% Jaar 4 70% Jaar 5 60% Jaar 6 50% Jaar 7 40% Jaar 8 30% Jaar 9 20% Jaar 10 10% Jaar 11 en verder 0% Woningaanpassing in verband met beperkingen van minderjarig kind Wanneer er een noodzaak is tot aanpassing van de woning in verband met de beperkingen van een minderjarig kind, dan wordt uitsluitend de woning aangepast waar het kind zijn hoofdverblijf heeft. Woningaanpassing en verhuisplicht Als de woning alleen passend kan worden gemaakt door middel van een bouwkundige woningaanpassing, dan wordt deze in beginsel uitgevoerd, mits de noodzaak hiertoe is vastgesteld en de kosten van de woningaanpassing niet hoger zijn dan € 9.000,-. Als de woning bouwkundig niet is aan te passen, of de kosten hoger uitvallen dan € 9.000,- dan wordt een bouwkundige woningaanpassing niet uitgevoerd, en wordt de inwoner verplicht te verhuizen naar een passende woning, zo mogelijk op grond van een woonurgentie. Er kan in dat geval een compensatie worden verleend voor de verhuis- en inrichtingskosten, waarvan het bedrag is opgenomen in het Financieel Besluit. Op grond van een individuele beoordeling wordt bepaald of van verhuisplicht kan worden afgeweken op basis van de navolgende criteria: Een verhuizing heeft tot gevolg dat mantelzorg niet kan worden gecontinueerd; Een verhuizing heeft tot gevolg dat ondersteuning vanuit het sociaal netwerk niet kan worden gecontinueerd; Een passende woning is niet binnen 6 maanden beschikbaar. Nadere regels op grond van artikel 3.2.2 van de verordening (huishoudelijke ondersteuning) Huishoudelijke ondersteuning algemeen Huishoudelijke ondersteuning kan als maatwerkvoorziening worden ingezet als er beperkingen zijn bij het voeren van een huishouden of wanneer er sprake is van een (dreigend) disfunctioneren van het huishouden. Dit kan gedeeltelijke of volledige overname zijn van huishoudelijke taken. Als dit nodig is kan hieronder ook de verzorging van gezonde, jonge gezinsleden bij uitval van ouders en/of verzorgers horen. Oorzaken van het (dreigende) disfunctioneren van het huishouden zijn een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap of een psychosociaal probleem. Het doel van huishoudelijke ondersteuning is dat een inwoner kan wonen in een schoon en leefbaar huis. Wanneer een inwoner, als gevolg van objectiveerbare (medische) beperkingen, onvoldoende ondersteund worden door het inzetten van het resultaat ‘Schoon en leefbaar huis’ kan er een van de volgende resultaten worden ingezet: Was verzorging Boodschappen Regie en organisatie & Advies, instructie en Voorlichting (AIV) Maaltijd verzorging (tijdelijke) Kindzorg De inzet kan van tijdelijke aard zijn. Bijvoorbeeld omdat er mogelijkheden zijn voor de inwoner om de ondersteuning op termijn anders te organiseren waardoor er geen inzet op dit resultaat meer nodig is. Was men al gewend om voor eigen rekening een schoonmaakhulp in te huren, dan is het enkele feit dat er zich beperkingen voordoen geen reden om een beroep te doen op gemeentelijke ondersteuning. Wel moet worden meegewogen of door het ontstaan van beperkingen financiële mogelijkheden wegvallen of dat de ondersteuning door de ‘gebruikelijk aanwezige schoonmaakhulp’ niet meer toereikend is. Huishoudelijke Ondersteuning wordt geïndiceerd in minuten, de indicatiestelling voor HO wordt gedaan door de gemeente. Voor de onderbouwing van de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp, maken we gebruik van het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning van Bureau HHM zoals vastgesteld in 2019. Dit normenkader maakt onderdeel uit van deze nadere regels. Dit normenkader is openbaar en te vinden via https://www.hhm.nl/werk/handreiking-normenkader-huishoudelijke-ondersteuning/ Dit normenkader geldt als richtlijn. Het daadwerkelijk aantal toe te kennen minuten HO wordt afgestemd op de individuele situatie. Wanneer inwoners als gevolg van hun (medische) beperkingen onvoldoende ondersteund worden door de basisvoorziening schoon huis, kunnen aanvullende maatwerkmodules ingezet worden. Dit zijn bijvoorbeeld een hoger niveau van hygiëne of schoonhouden realiseren, het klaarzetten van maaltijden en beschikken over schone kleding. Voorliggende oplossingen Bij het onderzoek naar de noodzaak van huishoudelijke ondersteuning worden verschillende factoren in overweging genomen. Algemene voorzieningen of technische hulpmiddelen Als algemene voorziening worden onder andere de volgende diensten of hulpmiddelen aangemerkt: Diensten Sociale alarmering Boodschappenservice Maaltijdvoorzieningen Klussendienst of vrijwilligers Ramen was service (buitenzijde) Kinderopvang/peuterspeelzaal Hulpmiddelen Verhoging voor de wasmachine Droger Afwasmachine Particuliere hulp Inzet van een particuliere hulp wordt gezien als een gerealiseerde eigen oplossing. Wanneer een inwoner al geruime tijd gebruik maakt van particuliere huishoudelijke ondersteuning en de inwoner meldt zich bij het Sociaal Loket of Sociaal Team met de vraag een persoonsgebonden budget voor de financiering van de hulp, dan zal uit de beoordeling in de indicatiestelling kunnen blijken dat er geen belemmering in het voeren van het huishouden aanwezig is omdat de inwoner een eigen oplossing heeft gerealiseerd. Anders is het wanneer een persoon jarenlang gebruik maakt van een particuliere hulp en nu merkt dat er om medische redenen (vanwege een toename van beperkingen) extra tijd noodzakelijk is om het huishouden te voeren. Wanneer een persoon als gevolg van een terugval van inkomen / een wijziging in de financiële situatie niet langer in staat is de particuliere zorg zelf te bekostigen dan wordt de particuliere huishoudelijke ondersteuning niet meer als voorliggende oplossing beschouwd. Algemene, algemeen gebruikelijke en voorliggende voorzieningen Gemeentelijke ondersteuning bij het voeren van een huishouden, neemt de verantwoordelijkheid van de inwoner niet over, maar het helpt de inwoner op weg om het resultaat te behalen. De leefeenheid van de inwoner is primair zelf verantwoordelijk voor het huishouden. Als de inwoner één of meer huisgenoten heeft die beschikbaar en in staat zijn om het huishoudelijk werk te verrichten/over te nemen, komt een inwoner niet in aanmerking voor huishoudelijke ondersteuning. Wij spreken dan van 'gebruikelijke hulp'. Nadere regels op grond van artikel 7.2 van de verordening (rolstoel en sportrolstoel) Rolstoelen Wij onderscheiden de volgende rolstoelvoorzieningen: handmatig voortbewogen rolstoel; elektrisch voortbewogen rolstoel; aanpassingen aan de rolstoel. Met aanpassingen wordt bedoeld: extra onderdelen die niet standaard op een rolstoel zitten, maar wel noodzakelijk zijn voor de inwoner. Accessoires zijn doorgaans niet noodzakelijk, maar wenselijk en worden daarom niet vergoed. Primair doel van de rolstoel is zittend verplaatsen, omdat lopend verplaatsen, ook met andere voorzieningen als looprek, rollator, wandelstok en krukken langdurig niet of onvoldoende mogelijk is. Op grond van de Wmo 2015 kan een maatwerkvoorziening worden geweigerd indien de inwoner aanspraak heeft op verblijf en daarmee samenhangende zorg in een instelling op grond van de Wlz, dan wel er redenen zijn om aan te nemen dat de inwoner daarop aanspraak kan maken en weigert mee te werken aan het verkrijgen van een dergelijk besluit. Dit betekent dat als een inwoner aanspraak kan maken op een rolstoelvoorziening via de Wlz er geen rolstoelvoorziening wordt verstrekt op grond van de Wmo. Als blijkt dat de inwoner, al dan niet met behulp van een algemene- of voorliggende voorziening, niet in zijn verplaatsingsbehoefte kan voorzien dan kan een rolstoel verstrekt worden. Een rolstoel is bedoeld voor het verplaatsen in en om de woning en is essentieel om de zelfredzaamheid en participatie van een inwoner te verbeteren of te behouden. Het hoeft niet zo te zijn dat de inwoner de gehele dag is aangewezen op zittend verplaatsen. Als de inwoner bijvoorbeeld wel een kleine afstand te voet (bijvoorbeeld 50 meter) kan afleggen, maar daarna is aangewezen op zittend verplaatsen, dan kan hij of zij op een rolstoelvoorziening aangewezen zijn. Het moet dan veelal wel duidelijk zijn dat andere loophulpmiddelen (zoals een rollator of trippelstoel) geen oplossing bieden voor het verplaatsingsprobleem. Trippelstoelen kunnen op grond van de zorgverzekeringswet worden verstrekt. Rolstoel en indicatie Wlz of verblijf in Wlz-instelling Inwoners met een Volledig pakket thuis of Modulair pakket thuis op grond van de Wlz vallen met betrekking tot een melding voor een rolstoel/scootmobiel onder de Wmo. Voor een rolstoel/scootmobiel, verkregen vanuit de Wmo, van een inwoner die vóór 1 januari 2020 al was opgenomen in een verpleeghuis met een indicatie Wlz blijft de Wmo verantwoordelijk voor onderhoud en/of aanpassing van de rolstoel/scootmobiel totdat het middel technisch aan vervanging toe is. Vervanging dient vervolgens te geschieden vanuit de Wlz (nieuwe verstrekking door Zorgkantoor). Voor een rolstoel/scootmobiel, verkregen vanuit de Wmo, van een inwoner die na 1 januari 2020 met een Wlz-indicatie verhuist naar een verpleeghuis of zorgcentrum wordt beoordeeld of deze wel of niet moet worden vervangen. Als deze moet worden vervangen valt deze onder de verantwoordelijkheid van de Wlz (nieuwe verstrekking door Zorgkantoor). Als deze niet hoeft te worden vervangen, kan deze worden overgenomen door de Wlz. Na overdracht komen aanpassingen en onderhoud ten laste van de Wlz. Een inwoner die een melding wil doen voor een rolstoel of scootmobiel en met een Wlz-indicatie in verpleeghuis of zorginstelling verblijft, dient hiervoor een beroep te doen op de Wlz. Sportvoorziening Wanneer het voor de inwoner zonder sporthulpmiddel niet mogelijk is om een sport te beoefenen en de kosten hiervoor aanzienlijk hoger zijn -dan de gebruikelijke kosten die een persoon zonder beperkingen heeft voor dezelfde (of een vergelijkbare) sport-, kan een sportvoorziening worden verstrekt. Dat kan een sportrolstoel zijn maar ook een ander hulpmiddel. De inwoner moet aantonen dat er sprake is van een actieve sportbeoefening. Dit kan bijvoorbeeld door het overleggen van een bewijs van lidmaatschap van een sportvereniging. Verwacht mag worden dat de levensduur van een sportvoorziening minimaal drie jaar is. Accessoires De bij een hulpmiddel behorende accessoires worden alleen ten laste van de Wmo verstrekt wanneer deze, gelet op de aard van de beperking, noodzakelijk zijn voor een veilig gebruik en voor zover zij niet algemeen gebruikelijk zijn. Duwondersteuning voor rolstoel Wanneer een duwondersteuning voor een rolstoel noodzakelijk wordt geacht, dan moet worden beoordeeld of deze wordt aangemerkt als een rolstoelvoorziening (als hulpmiddel voor in en om de woning) of een vervoersvoorziening. Het onderscheid is van belang in verband met de eigen bijdrage. Voor een vervoersvoorziening is een eigen bijdrage verschuldigd, voor een rolstoelvoorziening (ook als het gaat om een onderdeel) is geen eigen bijdrage verschuldigd. Als het gaat om een duwondersteuning voor een rolstoel voor korte afstanden (tot 1 km vanaf de woning), dan gaat het om een rolstoelvoorziening (geen eigen bijdrage). Gaat het om een duwondersteuning in verband met het afleggen van langere afstanden, dan betreft het een vervoersvoorziening (wel eigen bijdrage). Toelichting voorwaarden en verstrekking van woonvoorzieningen Zoals bepaald in artikel 3.2 van de verordening kan de inwoner die, gezien zijn beperkingen, niet normaal gebruik kan maken van de woning waar hij zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben, in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening gericht op het wonen. De medewerker van de gemeente kan een maatwerkvoorziening verlenen in de vorm van een woningaanpassing of een maatwerkvoorziening ten behoeve van het zich kunnen verplaatsen in en om de woning, zoals een traplift. De maatwerkvoorziening is gericht op het opheffen of verminderen van problemen bij het normale gebruik van de woning. Hierbij kunnen enkel woonvoorzieningen worden getroffen in ruimtes met een elementaire woonfunctie voor de ingezetene in kwestie. In beginsel zijn dit de woonkamer, slaapkamer, keuken, wc en de badkamer. Daarbij wordt per inwoner gekeken wat nodig is en welke inspanning vanuit de inwoner reëel te verwachten is. In het kader van de harmonisatie van de regeling geldt hier een overgangsperiode van een jaar. Dat wil zeggen dat voorzieningen die eerder werden verstrekt niet vanzelfsprekend meer verstrekt worden. En dat per geval bekeken wordt wat wenselijk is. Woonvoorzieningen worden verstrekt om beperkingen bij het normale gebruik van de woning te compenseren. Het normale gebruik van de woonruimte omvat de elementaire woonfuncties, dat zijn de activiteiten die de gemiddelde bewoner in zijn woning in elk geval verricht. Het gaat daarbij om eten bereiden, slapen en lichaamsreiniging, en essentiële huishoudelijke werkzaamheden, zoals kleding wassen, en het aan- en uitkleden, wassen en verschonen van een geheel van zijn verzorger(s) afhankelijk kind. Verhuizen naar een geschikte woonruimte kan een maatwerkvoorziening zijn binnen deze verordening. Voor deze voorziening wordt gekozen als deze de goedkoopst compenserende is en er geen zwaarwegende belangen zijn om niet te verhuizen. Kosten die in de toekomst zullen moeten worden gemaakt, worden in de overweging meegenomen. Als inwoner geadviseerd wordt te verhuizen kan eventueel – indien nodig- ondersteuning worden geboden bij het vinden van geschikte woonruimte (denk aan woningurgentie). Losse woonvoorzieningen kunnen zowel in bruikleen als in eigendom worden verstrekt. Relatief goedkope hulpmiddelen (waarvan de kosten van transport en reiniging voor herverstrekking niet opwegen tegen de kosten van verstrekking van een nieuw hulpmiddel), zullen in eigendom worden verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel