Nadere regels op grond van artikel 3.5 (voorwaarden en verstrekking vervoersvoorzieningen)
Collectief Vraagafhankelijk vervoer (CVV)
Ingezetenen met een vervoersbeperking kunnen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor het reizen voor het gereduceerd Wmo tarief.
Dit is het geval indien er sprake is van een structurele, frequente vervoersbehoefte.
Onder regionale vervoersbehoefte wordt verstaan het reizen binnen een afstand van 25 kilometer van de woning van de inwoner.
Indien er andere mogelijkheden zijn voor vervoer op de kortere afstanden, zoals de mogelijkheid van fietsen of het gebruik van een scootmobiel, zal hier rekening mee gehouden worden en kan het maximale kilometeraantal naar beneden worden bijgesteld. Als sprake is van zwaarwegende redenen kan, na onderzoek, in uitzonderingsgevallen het maximale kilometeraantal (tijdelijk) naar boven worden bijgesteld via een in beginsel jaarlijks te verlenen beschikking, waarbij de situatie jaarlijks wordt herzien. In bijzondere gevallen kan een beschikking voor een langere periode dan een jaar worden verleend.
Een aantal bestemmingen is aangemerkt als zogenoemde puntbestemmingen. Dit zijn bestemmingen die ondanks de overschrijding van het maximale te bereizen aantal kilometers (25 km), toch met het CVV te bereizen zijn.
Puntbestemmingen zijn:
Beatrixziekenhuis te Gorinchem
Antoniusziekenhuis te Nieuwegein
Sociaal recreatief vervoer, ook wel vervoer in het kader van het leven van alledag, houdt in het vervoer naar bijvoorbeeld de kapper, markt, winkelcentrum, hobby, bezoek aan familie/ vrienden, en incidentele ziekenhuis bezoeken. Echter het vervoer in verband met structureel bezoek aan een ziekenhuis naar aanleiding van een bepaalde behandeling, valt niet onder de Wmo, maar onder de zorgverzekeringsregelgeving. Afhankelijk van de zorgverzekeraar en de afgesloten verzekering kan er sprake zijn van een vergoeding.
Vervoer naar en van een dagbesteding of participatiebaan valt niet onder het gereduceerde tarief van het CVV. Vervoer van en naar dagbesteding wordt afzonderlijk vanuit de Wmo gecompenseerd aan de aanbieder van de dagbesteding. Vervoer naar werk komt voor rekening van de werkgever en wordt niet uit de Wmo gecompenseerd.
Indien CVV wordt toegekend zijn daarvan de belangrijkste kenmerken:
ritten worden uitgevoerd met een marge van 15 minuten vóór en ná de afgesproken tijd;
rolstoelen en scootmobielen kunnen mee vervoerd worden; mits zij voldoen aan de eisen van het veilig kunnen vast zetten (code Veilig Vervoer Rolstoelen).
Autoaanpassingen:
Bij verstrekking van autoaanpassingen is het redelijk om van de aanvrager te verlangen dat de aan te passen auto de investering nog waard is. De auto mag in beginsel niet ouder zijn dan 5 jaar, zodat de aanpassing minimaal 7 jaar mee kan. In sommige gevallen is ook bij een oudere auto een aanpassing mogelijk. Dit hangt o.a. af van de soort aanpassing, de overplaatsbaarheid daarvan en de kilometerstand.
Gewenningsrijlessen
Gewenningsrijlessen als gevolg van een autoaanpassing of verstrekking van een scootmobiel of elektrische rolstoel (indien rijlessen door een ergotherapeut op grond van de Zorgverzekeringswet niet passend zijn) worden indien nodig voor 100% vergoed. Het aantal lessen wordt vastgesteld door de medewerker van de gemeente. De duur van de gewenningslessen die worden vergoed is maximaal 3 maanden. Als na deze periode de inwoner de voorziening niet verantwoord en veilig kan gebruiken, dan wordt de voorziening als niet passend aangemerkt en wordt een andere voorziening overwogen.
Autorijlessen met als doel het behalen van het rijbewijs wordt niet vergoed.
Oplaadkosten
Oplaadkosten voor een scootmobiel of een andere elektrische voorziening zijn voor eigen rekening. Hiervoor is geen vergoeding mogelijk.
Toelichting bovenregionaal vervoer
Bij de vaststelling van het meest geschikte vervoermiddel wordt rekening gehouden met de persoonskenmerken en vervoersbehoefte van de inwoner. Er wordt geen onbeperkte vervoermogelijkheid aangeboden. Een persoon zonder beperkingen maakt immers ook kosten voor vervoer.
Valys vervoerspas
Voor bovenregionaal vervoer (buiten de regio van het CVV) is Valys de eerst aangewezen voorziening. Om met Valys te kunnen reizen heeft de inwoner een Valyspas nodig. De inwoner kan deze ontvangen van Valys als deze één van de volgende documenten heeft:
een bewijs van de gemeente dat de inwoner recht heeft op Wmo-vervoer (zoals bijvoorbeeld een Regiotaxipas);
een bewijs van de gemeente dat de inwoner recht heeft op een Wmo rolstoel of -scootmobiel;
een gehandicaptenparkeerkaart van de gemeente;
een OV-Begeleiderskaart;
een verklaring van, of namens, de gemeente dat, ondanks dat de inwoner niet beschikt over bovenstaande documenten, er wel een noodzaak voor bovenregionaal vervoer bestaat. In deze laatste verklaring neemt de gemeente in ieder geval op dat de inwoner boven de 5 zones of boven de 25 km niet zonder ondersteuning kan reizen.
Hoofdstuk 3:
Artikel 3.5
Vervoer
Onderdeel van Nadere regels en toelichting maatschappelijke ondersteuning gemeente Vijfheerenlanden 2022