Nadere regels op grond van artikel 7.2 van de verordening (persoonsgebonden budget – (pgb))
Persoonsgebonden budget
De medewerker van de gemeente beoordeelt of de inwoner voldoet aan de wettelijke voorwaarden voor een persoonsgebonden budget. Naar het oordeel van de medewerker dient de inwoner op eigen kracht voldoende in staat te zijn tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, en in staat te zijn de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren.
Naar oordeel van de medewerker van de gemeente is hiervan in ieder geval geen sprake als de inwoner dan wel met hulp uit zijn sociaal netwerk of van zijn vertegenwoordiger niet het vermogen heeft om een overeenkomst aan te gaan, een ondersteuner in de praktijk aan te sturen en de administratie bij te houden.
We verstrekken alleen een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb, als blijkt dat inwoner (evt. met ondersteuning van een vertegenwoordiger) bewust voor een pgb kiest en voldoende bekwaam is om de aan het pgb verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren.
Als de inwoner de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken uitvoert met hulp van de betrokken ondersteuner, diens personeel of op een andere wijze aan de ondersteuner verbonden persoon, kan de gemeente een persoonsgebonden budget weigeren op grond van belangenverstrengeling.
Het belang van degene die de ondersteuning met het persoonsgebonden budget biedt mag nadrukkelijk niet boven het belang van de inwoner staan. Een factor die kan wijzen op ongewenste belangenverstrengeling is als de inwoner een lage mate van invloed heeft op het besluit om voor een persoonsgebonden budget te kiezen.
De kwaliteit van de met een persoonsgebonden budget in te kopen maatwerkvoorziening dient van voldoende kwaliteit te zijn. De beoordeling hiervan ligt bij de medewerker van de gemeente.
Dit wil zeggen dat de maatwerkvoorziening veilig, doeltreffend en inwonergericht wordt verstrekt en in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget is toegekend.
Op grond van artikel 2.3.9, eerste lid van de wet is de gemeente bevoegd om besluiten te heroverwegen. Bij een heroverweging worden de resultaten betrokken van het persoonsgebonden budget en de daaraan verbonden voorwaarden. Ook de vraag of de ingekochte ondersteuning aan de kwaliteitseisen heeft voldaan komt hierbij aan bod.
Voorwaarden pgb voor inwoner
Het kiezen voor een pgb dient altijd een bewuste en vrijwillige keuze van de inwoner te zijn. Uitgangspunt is dat een pgb alleen wordt verstrekt, indien de inwoner voldoet aan de volgende voorwaarden:
inwoner kan zelf of met hulp van zijn netwerk/vertegenwoordiger (niet zijnde zorgverlener) zijn pgb beheren;
inwoner kan zelf of met hulp van zijn netwerk/vertegenwoordiger (niet zijnde zorgverlener) zijn belangen behartigen;
inwoner kan zelf of met hulp van zijn netwerk/vertegenwoordiger (niet zijnde zorgverlener) passende zorg inkopen;
inwoner kan zelf of met hulp van zijn netwerk/vertegenwoordiger (niet zijnde zorgverlener) een zorg- en budgetplan opstellen ter ondersteuning van de aanvraag voor een pgb;
de zorg die wordt ingekocht met het pgb voldoet aan de kwaliteitseisen zoals die ook voor de gecontracteerde aanbieders geldt.
Voor de beoordeling van deze voorwaarden hanteert de gemeente de volgende richtlijnen, die worden getoetst in het gesprek. De medewerker van de gemeente voert de beoordeling uit op basis van het pgb-plan.
Ad 1: Bekwaamheid van de inwoner
Om na te gaan of inwoner, op eigen kracht of met hulp van een vertegenwoordiger, op een verantwoorde wijze kan omgaan met een pgb wordt de bekwaamheid vooraf beoordeeld.
De beoordelingscriteria zijn:
inwoner kan duidelijk maken welke problemen hij heeft, hoe deze zijn ontstaan en bij welke ondersteuning hij gebaat zou zijn;
inwoner moet goed op de hoogte zijn van de rechten en plichten die horen bij het beheer;
inwoner moet in staat zijn om de opdrachtgevers-/werkgeverstaak op zich te nemen: bijvoorbeeld het kiezen van de juiste zorgverlener, het aangaan van een zorgovereenkomst, het in de praktijk aansturen van de zorgverlener en het bijhouden van een correcte administratie.
Ad 2 Vaardigheden en kwaliteiten van de inwoner
De pgb-houder is zowel opdrachtgever, werkgever als ontvanger van zorg. Het beheren van een pgb doet een groter beroep op de zelfredzaamheid en eigen kracht (regie) van de inwoner. De inwoner of zijn/haar vertegenwoordiger moet op verschillende terreinen over een aantal vaardigheden en kwaliteiten beschikken wil er sprake zijn van adequate zelfregie:
Een bewuste keuze:
voldoende ziekte-inzicht;
kan hulpvraag goed verwoorden;
weet wat hij/zij nodig heeft;
overeenkomsten af kunnen sluiten met zorgverleners op basis van een pgb-plan;
kan hulpverleners aansturen;
kan hulpverleners aanspreken op hun functioneren;
zelf zorgverleners kunnen selecteren;
administratie bij kunnen houden;
een begroting op kunnen stellen;
een budgetplan kunnen maken.
Daarnaast heeft Per Saldo een pgb-test voor inwoners ontwikkeld. Inwoners kunnen de zelftest op internet invullen en krijgen aan de hand van een aantal vragen inzicht in de vaardigheden die nodig zijn voor het beheren van een pgb en de mate waarin zij zelf reeds over deze vaardigheden beschikkingen. Aanvullend op de eigen informatievoorziening van de gemeente, worden mensen op deze zelftest gewezen. Zie ook de website van Per Saldo, www.pgb-test.nl.
Bij inwoners die niet in staat zijn volledig de eigen regie te voeren, kan een vertegenwoordiger uit naam van de inwoner de regie voeren. Vertegenwoordigers kunnen zijn wettelijke vertegenwoordigers (mentor, curator) of overige vertegenwoordigers (hulp van derden, netwerk). Aangezien de inwoner gedeeltelijk in de rol van pgb-houder wordt vervangen door een vertegenwoordiger, toetst de gemeente laatstgenoemde persoon op dezelfde aspecten als de inwoner.
Ad 3 en 4 Gemotiveerde keuze pgb en pgb-plan
De keuze voor pgb kan blijken uit de wijze waarop inwoner zijn verzoek om pgb motiveert. Het gaat om de keuze van inwoner en niet van de in te huren ondersteuner of aanbieder. Wel kan iemand uit het eigen sociale netwerk of een onafhankelijke cliëntondersteuner ondersteunen bij het motiveren van de aanvraag.
De maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt alleen verstrekt indien de inwoner dit motiveert, aan de hand van een onderbouwd pgb-plan. Het Sociaal Team beoordeelt of dit plan voldoet. Door het opstellen van een gemotiveerd pgb-plan wordt de inwoner gestimuleerd na te denken over zijn zorgvraag, deze uit te werken en te concretiseren, en tevens het doelbereik en daarmee de kwaliteit van de zorg te evalueren. Uit het plan moet tenminste blijken:
wat de motivatie is om een aanvraag voor een pgb in te dienen;
waarom de zorg van deze specifieke aanbieder de meest geschikte vorm van zorg is;
wat het beoogde resultaat van de ondersteuning is;
hoe de kwaliteit van de ondersteuning is gewaarborgd (o.a. kwalificatie van de zorgverlener(s));
hoe de veiligheid is gewaarborgd;
wat de verwachte duur en omvang van de ondersteuning is; hoe hij/zij de achtervang bij vakantie en ziekte regelt (bij inzet sociaal netwerk)
hoe de ondersteuning is afgestemd op de inwoner;
hoe en wanneer wordt geëvalueerd;
Een begroting (o.a. wat de zorg kost en hoe deze kosten zijn berekend).
Wanneer de inwoner bij het opstellen van een plan, hulp ontvangt van een curator of mentor dient deze persoon het pgb-plan mede te ondertekenen. Bij Wmo-maatwerkvoorzieningen dient een pgb-plan opgesteld te worden. Echter, enkel de motivatie voor een pgb vormt bij de Wmo geen afwijzingsgrond.
Ad 4 Kwaliteitseisen
De kwaliteit van de zorg die ingezet wordt met een pgb moet van vergelijkbare kwaliteit zijn als de dienstverlening in zorg in natura. In het pgb-plan dient aangetoond te worden op welke wijze deze kwaliteit geborgd is.
Een pgb-houder is in eerste instantie zelf, of samen met diens vertegenwoordiger, verantwoordelijk voor de kwaliteit van de zorg die hij inkoopt. Immers, niet de gemeente, maar de pgb-houder zelf kiest de aanbieder en maakt de afspraken. De pgb-houder zelf is hiermee opdrachtgever of werkgever voor de door hem ingehuurde ondersteuning. De medewerker van de gemeente moet formeel toetsen of de kwaliteit voldoende geborgd is en beoordelen of de ingekochte hulp veilig, doeltreffend en inwonergericht is. Hierbij weegt mee of de diensten, hulpmiddelen en andere maatregelen in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt. Deze eisen worden vooraf aan de inwoner kenbaar gemaakt. Wanneer de ingekochte hulp niet voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen kan de medewerker de gemeente adviseren geen pgb te verstrekken of het pgb te beëindigen en eventueel terug te vorderen. De kwaliteit en effectiviteit van de ondersteuning zal gemonitord worden. Denk hierbij aan periodieke gesprekken met inwoners, steekproefsgewijze controles en het reageren op signalen van de Sociale Verzekerings Bank (SVB) of anderen binnen of buiten de gemeente. De controle op de kwaliteit van de hulp en ondersteuning blijft primair liggen bij de pgb-houder.
Pgb en hulp uit sociaal netwerk
Op grond van artikel 2.3.6, vierde lid van de wet kan een inwoner die in aanmerking komt voor een persoonsgebonden budget dit inzetten om ondersteuning te betrekken van een persoon die behoort tot zijn sociale netwerk. Hiertoe worden personen gerekend uit de huiselijke kring en andere personen met wie iemand een sociale relatie onderhoudt, zoals familieleden, buren, vrienden, kennissen, etc. Dit mag echter niet leiden tot vergoeding van ondersteuning die anders onbetaald geleverd zou worden. Uitgangspunt is dat ondersteuning uit de eigen omgeving reeds maximaal moet worden ingezet voordat een beroep gedaan wordt op de gemeente.
Voor ondersteuning die in redelijkheid verwacht mag worden van het eigen netwerk (taken die een ander onbetaald zou verrichten bij familie) ligt het niet voor de hand om een maatwerkvoorziening te verstrekken.
Vooraf moet duidelijk zijn wat het sociale netwerk kan en wil doen en voor welk onderdeel een maatwerkvoorziening nodig is. Er wordt beoordeeld of sprake is van hulp die het sociale netwerk zonder betaling kan bieden en of bij wijze van uitzondering de inzet van het sociale netwerk met een pgb betaald kan worden.
Voorafgaand aan de vraag of er een maatwerkvoorziening nodig is, is al besproken wat het netwerk zelf kan en wil doen. Ook bij bestaande klanten is het de bedoeling om in principe eerst (opnieuw) te bespreken wat mensen uit het netwerk kunnen en willen oppakken en hoe het zit met de belastbaarheid van het netwerk. Als er sprake is van overbelasting van het eigen netwerk is het van belang om de opties voor respijtzorg te bezien ter ontlasting van de mantelzorger(s).
Een aanvraag voor een persoonsgebonden budget ter besteding aan een persoon uit het sociaal netwerk van de inwoner wordt in ieder geval niet toegekend als:
Deze persoon een tarief hanteert dat hoger is dan het maximale tarief zoals vastgesteld in de verordening.
De persoon uit het sociale netwerk op enige wijze druk heeft uitgeoefend op de inwoner in de keuze voor een persoonsgebonden budget;
De persoon uit het sociale netwerk (dreigend) overbelast is;
De persoon uit het sociale netwerk vanwege andere redenen niet in staat is om de gevraagde ondersteuning te bieden.
Bij de beoordeling van de aanvraag weegt de medewerker van de gemeente ook mee of de continuïteit van zorg gewaarborgd is, voor zover dit noodzakelijk is voor het welbevinden van de inwoner. Is bijvoorbeeld een keer overslaan vanwege ziekte of vakantie mogelijk?
Duur pgb-indicatie
Een indicatie voor pgb wordt voor maximaal 2 jaar afgegeven, tenzij het een pgb voor een hulpmiddel betreft. Dan worden de termijnen conform het financieel besluit gehanteerd.
De gemeente kan een pgb met een kortere looptijd afgeven:
als de beoogde resultaten eerder kunnen worden behaald;
bij twijfel rondom bekwaamheid van de pgb-houder om zelf zorg in te kopen, maar Waarbij die twijfel onvoldoende is om het pgb gelijk af te wijzen;
indien er sprake is van een niet-stabiel ziektebeeld of een verwachte wisselende ondersteuningsbehoefte;
in andere gevallen die aanleiding geven tot het afgeven van een pgb voor een kortere periode.
Besteding pgb
Indien van toepassing zijn de volgende kosten inbegrepen in het vastgestelde pgb budget:
alle bijkomende kosten voor de zorgverleners, zoals de werkgeverslasten voor zorgverleners met een arbeidsovereenkomst en wettelijk toegestane vergoedingen, zoals reiskosten, vervanging tijdens vakantie en verzekeringen;
vervoerskosten, maar alleen als er een beschikking is voor begeleiding in dagdelen (dagopvang), samen met een indicatie voor vervoer van en naar de plek waar die begeleiding geboden wordt.
Toelichting pgb
Voorwaarden pgb
De voorwaarden voor het pgb zijn in de verordening helder gedefinieerd. Als aan één van de voorwaarden niet wordt voldaan, dan wordt geen pgb verstrekt en is zorg in natura aangewezen.
Hoogte pgb algemeen
De regels over het vaststellen van de hoogte van het pgb en de tariefdifferentiatie zijn volledig in de verordening opgenomen. Als hoofdregel geldt dat een pgb wordt berekend aan de hand van het natura-tarief van een gecontracteerde aanbieder. Ingeval het een voorziening betreft die niet in natura voorhanden is, dan wordt gewerkt op basis van een offerte. Hiermee is niet alleen duidelijk hoe het pgb wordt berekend, maar ligt ook vast dat een pgb nooit hoger kan zijn dan 100% van het natura-tarief van een gecontracteerde aanbieder. Voor hulpmiddelen is dit natura-tarief gebaseerd op het maandelijkse huurtarief over de gehele gebruiksperiode van het hulpmiddel. Voor hulpmiddelen die moeten worden onderhouden, of waarbij een verzekering moet worden afgesloten, wordt hiervoor tevens een bedrag voor onderhoud en verzekering in het pgb opgenomen.
In de verordening is een uitputtende lijst opgenomen van kosten die niet uit het pgb vergoed mogen worden. De inwoner bepaalt zelf of deze extra kosten zoals reiskosten of werkgeverslasten aan de hulp wil vergoeden. Dit zal dan door de inwoner binnen de bandbreedte van het beschikbare budget betaald moeten worden. Reiskosten, werkgeverslasten of andere vergelijkbare kosten leiden niet tot een ophoging van het toe te kennen budget.
In onderstaande nadere regel zijn de criteria verder uitgewerkt.
Rol van de SVB
Om pgb via trekkingsrecht te kunnen uitvoeren, moet de pgb-houder een zorgovereenkomst hebben met de zorgverlener. Deze moet hij indienen bij de SVB, waarna de SVB deze overeenkomst arbeidsrechtelijk toetst en de gemeente deze zorginhoudelijk moet goedkeuren. Als de SVB geen zorgovereenkomst heeft, kan de zorgverlener niet worden betaald. Bij elke betaalopdracht controleert de SVB of de betaling klopt met deze zorgovereenkomst. De pgb-houder is verantwoordelijk voor het in de gaten houden van de betalingen uit het pgb. De pgb-houder ontvangt elke maand een budgetoverzicht van de SVB, welke ook digitaal te raadplegen is.
De inwoner is verplicht zich te houden aan de door de SVB gestelde bepalingen rondom het trekkingsrecht. Niet voldoen aan de bepalingen van de SVB t.a.v. het trekkingsrecht kan tot gevolg hebben dat het pgb wordt ingetrokken.
Naast het pgb-plan moet de inwoner ook de zorgovereenkomst van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) invullen. Hierin worden afspraken over het aantal te leveren uren en uurtarieven vastgelegd.
De SVB faciliteert zowel betalingen via een vast maandloon als via facturering per uur of dagdeel. De budgetbeheerder is verantwoordelijk voor de rechtmatigheid van de bestedingen uit het budget. Het is echter niet toegestaan dat de zorgverlener en budgetbeheerder dezelfde persoon is. De gemeente vindt het belangrijk dat de budgetbeheerder hier voldoende inzicht in heeft. De gemeente hanteert een betaling via facturatie als standaard. Betaling via facturatie ondersteunt de controle op rechtmatigheid voor zowel budgetbeheerder als de gemeente. Betaling via een vast maandloon is mogelijk. Net als bij betaling via facturatie moet de inwoner de rechtmatigheid van de bestedingen kunnen aantonen en verantwoorden. Daartoe moet een administratie worden bijgehouden. Eventuele wijzigingen in de hoogte van de geleverde ondersteuning moeten worden doorgeven aan de SVB. Wanneer een budgetbeheerder kiest voor betaling via maandloon, dan moet hij in het pgb-plan aangeven dat hij zich van deze verantwoordelijkheid bewust is.
Het pgb-plan van inwoner en de zorgovereenkomst van de SVB moeten door de medewerker van de gemeente zijn goedgekeurd voordat de gemeente het persoonsgebonden budget bij de SVB klaarzet. Bij de herbeoordeling van de indicatie wordt het pgb-plan geëvalueerd. Ook kan de gemeente steekproefsgewijs controles uitvoeren.
Indien de budgetbeheerder de besteding van het persoonsgebonden budget niet adequaat kan verantwoorden, kan de gemeente besluiten het persoonsgebonden budget te beëindigen of (een deel van) het persoonsgebonden budget terug te vorderen.
De inwoner aan wie een persoonsgebonden budget is toegekend heeft de mogelijkheid om te kiezen voor een ondersteuner die een hoger tarief hanteert dan het tarief waarop het persoonsgebonden budget is gebaseerd. Indien als gevolg hiervan sprake is van meerkosten, dan komen deze volledig voor rekening van de inwoner. Indien als gevolg hiervan de inwoner minder ondersteuning inkoopt dan is geïndiceerd, dan is dit in beginsel toegestaan. Wel zal bij een herindicatie worden onderzocht wat de invloed van de lagere inzet op het beoogde resultaat is geweest.
Betaling – trekkingsrecht
In de Wmo 2015 is de verplichting opgenomen dat gemeenten pgb’s uitbetalen in de vorm van trekkingsrecht. Dit houdt in dat de gemeente het pgb niet op de bankrekening van de pgb-houder stort, maar op rekening van het servicecentrum pgb van de SVB. De SVB verricht de betalingen namens de pgb-houder aan de zorgverleners. De pgb-houder moet de SVB opdracht geven voor betaling van hun zorgverleners. De pgb-houder laat via declaraties of facturen aan de SVB weten hoeveel uren hulp zijn geleverd en de SVB zorgt vervolgens, na controle van de factuur of declaratie, voor uitbetaling van de zorgverlener. De niet bestede pgb bedragen worden door de SVB na afloop van de verantwoordingsperiode terugbetaald aan de gemeente.
Maximum tarief pgb voor ondersteuning uit sociaal netwerk
Het pgb-tarief voor ondersteuning uit het sociaal netwerk is met ingang van 1 januari 2022 gemaximeerd op € 20,-- per uur of per etmaal, afhankelijk van de voorziening. Dit is vastgelegd in het Financieel Besluit maatschappelijke ondersteuning.
Voor de toepassing van het tarief wordt een bloedverwant tot en met de derde graad aangemerkt als een persoon uit het sociaal netwerk.
Ondersteuning met pgb in het buitenland
Het is niet mogelijk een pgb in het buitenland, of elders in Nederland, te besteden, tenzij hiervoor expliciet vooraf toestemming is gegeven door de gemeente. De inwoner heeft een inlichtingenplicht en dient uiterlijk een maand voor het verblijf in het buitenland om toestemming te vragen bij de gemeente. Als de inwoner niet tijdig voor het verblijf in het buitenland toestemming van de gemeente heeft gekregen, wordt de maatwerkvoorziening ingetrokken en wordt eventueel tot terugvordering overgegaan. Indien het nodig is kan de gemeente extern advies vragen over de wenselijkheid en noodzaak van het verblijf in het buitenland.
Om te toetsen of een inwoner toestemming krijgt voor gebruik van het pgb in het buitenland, gelden de volgende criteria:
De inwoner heeft zijn hoofdverblijf in Vijfheerenlanden;
De inwoner verblijft maximaal 4 weken aaneengesloten dan wel per jaar in het buitenland;
De geïndiceerde ondersteuning is noodzakelijk om tijdens het buitenlands verblijf te functioneren;
Het verblijf in het buitenland mag de zelfredzaamheid van de inwoner niet belemmeren. Dit moet aannemelijk gemaakt worden;
Ondersteuning die in het buitenland geleverd wordt moet bijdragen aan de doelstellingen van het ondersteuningsplan. Dit moet aannemelijk en controleerbaar zijn;
Een pgb dat naar zijn aard bedoeld is om in te zetten in en rond de woning van de inwoner kan niet tijdens een buitenlands verblijf worden ingezet (bijv. het pgb voor hulp bij het huishouden richt zich specifiek op het voeren van een huishouden in de gemeente Vijfheerenlanden);
De hulpverlener moet in Nederland wonen (i.v.m. betaling door de SVB);
Het pgb mag niet worden ingezet voor het (deels) financieren van de vakantie (bv reis- en verblijfkosten).
Indien niet aan de criteria wordt voldaan en er geen legitieme redenen zijn waarop kan worden afgeweken, zal na 4 weken de beslissing voor de maatwerkvoorziening worden ingetrokken.
De eisen uit de wet, verordening en deze regels gelden ook voor besteding van het pgb in het buitenland, denk daarbij bijvoorbeeld aan de kwaliteit van dienstverlening en verantwoording van de pgb. De hoogte van het pgb in het buitenland wordt afgestemd op het land waar de inwoner tijdelijk verblijft.
De hoogte van het pgb wordt her berekend aan de hand van de aanvaardbaarheidspercentages zoals genoemd in het kompas persoonsgebonden budget van het Zorginstituut Nederland en op basis van de Zorgverzekeringswet. De hoogte van het pgb geldt voor materiële en immateriële voorzieningen.
Periodieke evaluatie
Op grond van artikel 2.3.9 van de Wmo 2015 moet periodiek (tweejaarlijks) worden onderzocht of er aanleiding is de beslissing tot een maatwerkvoorziening, waaronder pgb’s, te heroverwegen. Deze evaluatiemomenten worden in het pgb-plan vastgelegd. Samen kijken medewerker van de gemeente en de pgb-houder aan de hand van het pgb-plan of de pgb-houder tevreden is over de geleverde ondersteuning en of de ondersteuning bijdraagt aan de beoogde doelen (zelfredzaamheid en participatie). Bij de heroverweging wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen twee aspecten:
passendheid: de beschikking wordt inhoudelijk opnieuw bekeken om te bepalen of de gegeven ondersteuning (nog steeds) goed aansluit bij de behoefte van de inwoner, en of deze ondersteuning efficiënt is. Hiermee wordt periodiek bezien of de indicatie die iemand heeft – en daarmee zijn pgb- nog past bij zijn individuele situatie.
handhaving: het periodiek heroverwegen van de beschikking is ook een middel om fraude en oneigenlijk gebruik tegen te gaan. Zo kan het zijn dat een inwoner bewust of onbewust het budget heeft gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het pgb is afgegeven.
Waar noodzakelijk wordt het plan bijgesteld aan de nieuwe situatie en/of opnieuw vastgesteld welke zorg/ondersteuning nodig is om de actuele zorgbehoefte te beantwoorden. Bij signalen van oneigenlijk gebruik heeft de gemeente de mogelijk om een pgb terug te vorderen.
Verantwoording pgb
De pgb-houder dient de gemeente te allen tijde op de hoogte te stellen van gewijzigde feiten en omstandigheden die van invloed kunnen zijn op het recht op maatschappelijke ondersteuning. Het kan bijvoorbeeld gaan om een verbetering of verslechtering van de gezondheidssituatie, gezinsuitbreiding of bijvoorbeeld een verhuizing.
Artikel 2.3.10 lid 1 van de Wmo en artikel 5.2 van de verordening maatschappelijke ondersteuning van de gemeente Vijfheerenlanden bepalen wanneer een reeds toegekende voorziening kan worden herzien of ingetrokken. De gemeente heeft als gevolg hiervan ook bevoegdheden tot terugvordering.
Verantwoording en controle pgb
Ter aanvulling op het trekkingsrecht zal de gemeente gedurende het jaar via steekproeven bij de pgb-beheerder door een huisbezoek en/of een administratieve controle nagaan of het pgb besteed is aan het doel waarvoor het verstrekt is (rechtmatigheid) en de inhoudelijke zorgverlening en ondersteuningsvraag met de pgb-beheerder bespreken (doelmatigheid).
Als tijdens de huisbezoeken onrechtmatigheden of ondoelmatig gebruik van het pgb wordt geconstateerd kan de gemeente besluiten om voorwaarden te stellen aan voortzetting van het pgb of het verstrekken van de pgb te heroverwegen en eventueel te beëindigen.
In een steekproef kunnen daarnaast jaarlijks een aantal dossiers worden onderworpen aan een intensieve controle. De budgethouder moet hieraan meewerken en alle gevraagde stukken indienen bij de gemeente. Het niet of niet volledig indienen van gevraagde stukken kan leiden tot geheel of gedeeltelijke terugvordering.
Overige spelregels
Het persoonsgebonden budget kent geen vrij besteedbaar bedrag en geen eenmalige uitkering.
Kosten die de ondersteuner bij een budgethouder in rekening brengt in verband met een opzegtermijn zijn niet te verhalen op de gemeente. Ook kosten die de ondersteuner de budgethouder in rekening brengt voor het niet nakomen van een afspraak kunnen niet worden verhaald op de gemeente. Dit geld ook voor kosten van salarisadministratie, deze mogen niet vanuit het toegekende pgb worden vergoed.