Nadere regels op grond van artikel 7.2 van de verordening (beoordeling begeleiding)
Als eerste wordt de ondersteuningsvraag verkend met de inwoner. De verschillende aspecten bij deze verkenning zijn:
Welk probleem wordt ervaren binnen het leefgebied?
Hoe lang bestaat dit probleem al? Is er een acute oorzaak?
Wat heeft de inwoner tot nu toe gedaan om het probleem zelf op te lossen?
Waarom is de inwoner niet in staat om dit probleem zelf of met het netwerk op te lossen?
Is er sprake van 'acute problematiek', 'geen zelfredzaamheid' of 'beperkte zelfredzaamheid' op één of meerdere leefgebieden?
Is er sprake van een chronische problematiek waarvan de huidige situatie terug te vinden is in de verschillende leefgebieden?
Als er een probleem bestaat op één of meer leefgebieden waarvoor ondersteuning gevraagd wordt, dan wordt er eerst gezocht naar een oplossing in het eigen netwerk, hulp van vrijwilligers, door (wettelijke) voorliggende of algemene voorzieningen.
Voor de ondersteuningsbehoefte die hiermee niet wordt gecompenseerd, kan een maatwerkvoorziening begeleiding worden toegekend.
De keuze voor individuele begeleiding of begeleiding groep wordt bepaald door de afweging wat zorginhoudelijk het meest doelmatig is en welk resultaat bereikt moet worden.
Begeleiding groep is voorliggend op individuele begeleiding als hetzelfde doel wordt beoogd.
Wanneer de begeleiding gericht is op het daadwerkelijk bieden van dagstructuur is begeleiding groep de aangewezen vorm van begeleiding.
Wanneer de ondersteuningsbehoefte bestaat uit één of meerdere keren per week bieden van hulp bij het doornemen van de dag- of weekstructuur en niet uit het daadwerkelijk bieden van dagstructuur, dan is individuele begeleiding de aangewezen vorm. Een contra-indicatie, zoals infectiegevaar of ernstige energetische beperkingen kan leiden tot de noodzaak van individuele begeleiding.
In de praktijk kunnen individuele begeleiding en begeleiding groep naast elkaar bestaan (als deze ondersteuning niet op hetzelfde moment van de dag plaatsvindt).
Toelichting Begeleiding en dagbesteding
De maatwerkvoorziening Begeleiding is gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, op het moment dat dit niet (geheel) zelfstandig lukt en/of het sociaal netwerk en/of algemene voorzieningen dit niet (volledig) kunnen ondervangen. Daarnaast zorgt de maatwerkvoorziening ervoor dat inwoners zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen (blijven) wonen. Deze begeleiding kan zowel individueel als in groepsverband (dagbesteding) worden geboden.
Individuele begeleiding kan gericht zijn op het ontwikkelen van kennis en vaardigheden (verbetering) of het behouden hiervan (het voorkomen van terugval) en betreft de volgende activiteiten:
het compenseren van het regelvermogen;
praktische hulp bij handelingen t.b.v. behouden of verbeteren van de zelfredzaamheid;
verbeteren van de participatie, het meedoen aan de samenleving;
coaching op belangrijke leefgebieden;
het bevorderen van de eigen kracht en de inzet van het sociale netwerk.
Bij begeleiding in groepsverband gaat het om een dagprogramma dat school en/of werk vervangt met als doel:
ontmoeting;
vaardigheden te behouden;
gedragsproblematiek te reguleren;
participatie te behouden of te bevorderen;
toezicht in een instelling;
ontlasting van de thuissituatie/mantelzorger(s)
begeleiding naar (on)betaald werk niet zijnde jobcoaching.
Individuele begeleiding
De maatwerkvoorziening Individuele Begeleiding, richt zich op het actief herstellen of (gedeeltelijk) behouden van de beperkte of aanwezige vaardigheden van de inwoner, zodat deze wordt begeleid naar een zo hoog mogelijk niveau van zelfredzaamheid. Er wordt niet uitgegaan van de beperking maar vooral van de eigen kracht, het leervermogen en de te behalen resultaten in samenspraak met de inwoner. Er wordt gestreefd naar het zoveel mogelijk voeren van regie over het eigen leven door de inwoner, met een minimale inzet van professionals. Indien mogelijk wordt ook het sociaal netwerk of het voorliggend veld betrokken. Ook dient de begeleiding goed aan te sluiten bij de leefwereld van de inwoner.
De resultaatgebieden van de maatwerkvoorziening Individuele Begeleiding liggen op de volgende verschillende leefgebieden:
Zelfzorg en (geestelijke en lichamelijke) gezondheid
Regelvermogen en dagstructuur
Administratie en financiën (alleen i.c.m. andere doelen, anders voorliggend of informeel)
Sociaal en persoonlijk functioneren
Zingeving en meedoen
Woonvaardigheden/Zelfstandig voeren van huishouden
Afwegingskader en productenmodel
Op basis van het onderzoek dat het college uitvoert moet duidelijk worden hoe de ondersteuning van de inwoner eruit moet komen te zien. Aan de hand van vier aspecten wordt bepaald welke vorm van ondersteuning het beste aansluit bij de ondersteuningsvraag.
De vier aspecten die binnen het productmodel worden onderscheiden (en die terugkomen in het indicatiebesluit) zijn:
Type ondersteuning: behouden of ontwikkelen?
Omvang van de ondersteuningsvraag: het aantal resultaatgebieden.
Benodigde intensiteit van de ondersteuning: zijn er verzwarende omstandigheden?
Duur van de ondersteuning.
Deze vier aspecten helpen om op een logische wijze de ondersteuningsvraag van de inwoner af te pellen en tot een passend ondersteuningsaanbod te komen dat het beste aansluit bij de vraag.
De indicatie leidt tot de toekenning van 1 van de in totaal 18 producten binnen het model. Aan dit product is een maandtarief gekoppeld dat door de aanbieder bij de gemeente kan worden gedeclareerd.
Productmodel Individuele Begeleiding
1 tot 2 resultaatgebieden
3 tot 4 resultaatgebieden
5-6 resultaatgebieden
Behouden
Ontwikkelen
Behouden
Ontwikkelen
Behouden
Ontwikkelen
Gemiddelde intensiteit
Intensiteit +
Intensiteit ++
Wanneer sprake is van een indicatie “lichter dan het lichtste product met het laagste tarief” of “zwaarder dan het zwaarste product met het hoogste tarief” dan gelden hiervoor de vastgestelde uurtarieven. Deze zijn opgenomen in het Financieel besluit. Deze indicatie wordt alleen afgegeven als de ondersteuning lichter kan zijn dan de lichtste ondersteuning met het laagste maandtarief, of als de zwaarste ondersteuning met het hoogste tarief voor de inwoner niet voldoende is.
1. Type ondersteuning: behouden of ontwikkelen?
Er worden 2 typen ondersteuning onderscheiden, namelijk:
Behouden van zelfredzaamheid en participatie
Ontwikkelen van zelfredzaamheid en participatie
Bij ‘behouden’ kunnen mogelijk wel kleine stappen gezet worden, maar de situatie zelf blijft over de jaren heen min of meer hetzelfde. Bij ouderen is vrijwel altijd sprake van een zorgproduct van het type “behouden”. Dit geldt ook bij bijv. dementie, waar het vooral gaat over het zoveel mogelijk stabiel houden van de situatie.
Is de situatie (inmiddels weer) stabiel? Na “ontwikkelen” kan in de meeste situaties overgestapt worden naar een indicatie “behouden”, tenzij onderbouwd aangegeven kan worden dat de inwoner de komende periode nog grote stappen kan maken.
2. Omvang van de ondersteuningsvraag: het aantal resultaatgebieden.
Bij dit criterium ‘aantal resultaatsgebieden’ kijken we naar het aantal resultaatgebieden dat tegelijkertijd in het begeleidingstraject wordt opgepakt.
Hierbij onderscheiden we drie categorieën:
Gemiddeld aantal resultaatgebieden: de maatwerkvoorziening bestaat uit ondersteuning op 1 tot 2 resultaatgebieden.
Een bovengemiddeld aantal resultaatgebieden: de maatwerkvoorziening bestaat uit ondersteuning op 3 tot 4 resultaatgebieden.
Groot aantal resultaatgebieden: de maatwerkvoorziening bestaat uit ondersteuning op 5 tot 6 resultaatgebieden.
Binnen elk resultaatgebied dient oog voor het gehele huishouden te zijn, voor kinderen en voor mantelzorger(s).
3. Benodigde intensiteit van de ondersteuning: zijn er verzwarende omstandigheden?
Het uitgangspunt van de intensiteit is de ‘gemiddelde intensiteit’. Verzwarende omstandigheden zijn afhankelijk van de context. De afweging die gemaakt moet worden is welke extra ondersteuning de aanbieder dient te geven ten opzichte van andere inwoners binnen dezelfde doelgroep en in relatie tot normaal. Hierbij kan gedacht worden aan extra contactmomenten om het resultaat te behalen. Ook is het belangrijk om de impact op de overige huisgenoten mee te nemen in de afweging.
Bij verzwarende omstandigheden gaat het om in de persoon of het gezin gelegen factoren. Dit staat los van welke (of hoeveel) resultaatgebieden zijn benoemd. De verzwarende omstandigheid leidt ertoe dat de begeleiding intensiever zal zijn en meer contactmomenten kent. Een bepaalde diagnose of een ziektebeeld zoals NAH, LVB of autisme leidt niet per definitie tot een verzwarende omstandigheid. Niet elk ziektebeeld levert voor elke persoon precies dezelfde beperking op. De zwaarte van het ziektebeeld, of het gegeven dat overige familie- of gezinsleden slecht kunnen omgaan met dit ziektebeeld kunnen wel tot een verzwarende omstandigheid leiden omdat de begeleider in dat geval een andere of bredere scope krijgt. Ook wanneer de inwoner vanwege zijn stoornis bovengemiddeld moeilijk gedrag vertoont, dat vraagt om meer inzet, is sprake van een verzwarende omstandigheid.
Voorbeelden van verzwarende omstandigheden:
Gedragsmatige kant van de inwoner (verminderd regelvermogen, waardoor iemand onverwacht de draad kwijtraakt gedurende de dag/week);
Zware psychiatrische problematiek met acute situaties (psychoses, zwaar alcoholisme, paniekaanvallen);
Life-events die voor de inwoner zodanig ontregelend zijn dat de zelfredzaamheid afneemt; zoals de geboorte van een kind, een verhuizing, overlijden van een naaste;
Kans op agressief gedrag of zorgmijding, gevaar voor zichzelf of omgeving waardoor een specifieke benadering of meer contactmomenten nodig zijn;
(Tijdelijk) extra aandacht die nodig is voor andere leden van het huishouden, waaronder kinderen.
Gemiddelde intensiteit
Uitgangspunt voor alle inwoners
Intensiteit +
Eén verzwarende omstandigheid
Intensiteit ++
Combinatie van verzwarende omstandigheden
NB: De context verandert gedurende de tijd, daarom wordt bij iedere nieuwe (her)indicatie opnieuw naar de intensiteit gekeken.
4. Duur van de ondersteuning
De toekenningsduur van het zorgproduct is maatwerk en per situatie verschillend. De duur kan liggen tussen een aantal maanden en maximaal een aantal jaren. Aanpassing is tussentijds mogelijk wanneer hier aanleiding voor is.
Zoals beschreven in paragraaf 4.3 kunnen de maatwerkvoorzieningen met het type “ontwikkelen” en/of de intensiteit + en ++ alleen worden ingezet in de vorm van een pgb voor ondersteuning vanuit het sociaal netwerk als de hulpverlener uit het sociaal netwerk aantoonbaar aan de gestelde kwaliteitseisen voldoet. De begeleiding zal van het zelfde professionele niveau moeten zijn. Is dit niet aantoonbaar, dan wordt geen pgb voor begeleiding uit sociaal netwerk verstrekt.
Bepalen van het niveau en de tijdsinzet
Er wordt gekeken naar het gemiddelde; de intensiteit van de begeleiding kan binnen een niveau per week fluctueren. Daarnaast speelt mee de noodzaak om alle ondersteuningsvragen (bijna) tegelijk aan te pakken of de mogelijkheid om een prioritering aan te brengen, waardoor ze achter elkaar aan de orde kunnen komen. Het college wint indien nodig advies in bij de aanbieder. Op basis van de indicatie van het college, stelt de zorgaanbieder in samenspraak met de inwoner een begeleidingsplan op (inclusief doelen, activiteiten, frequentie, etc).
Bij een eventuele aanvraag voor een verlenging van een indicatie wordt het begeleidingsplan geëvalueerd en beoordeeld in hoeverre de doelen behaald zijn (waarom wel/niet) en of deze aanpassing behoeven. Indien bij de evaluatie blijkt dat de inwoner en zorgaanbieder, verwijtbaar, niet werken aan de gestelde doelen, dan heeft het college de mogelijkheid om de inwoner te verwijzen naar een andere zorgaanbieder, dan wel de begeleiding stop te zetten.
Bij indicaties van 5 tot 6 resultaatgebieden, in combinatie met de behoefte van de inwoner aan 24-uurs bereikbaarheid van de begeleiding, kan het college in overweging nemen of een lichte vorm van Beschermd Wonen meer passend is.
Vertaling naar beschikking
De ondersteuningsbehoefte wordt, bij gebleken noodzaak tot ondersteuning, in het ondersteuningsplan vertaald naar een indicatie. Deze indicatie wordt opgenomen in een toewijzingsbeschikking. Hierin wordt de omvang van de begeleiding (conform de indicatie binnen het productmodel) met de bandbreedte in uren opgenomen. Het ondersteuningsplan vormt de basis voor de opdracht aan de aanbieder. Deze gaat met de inwoner aan de slag en stelt een begeleidingsplan op. Als de aanbieder niet tot overeenstemming komt met de inwoner over het begeleidingsplan, dan wordt de consulent van het Sociaal Team betrokken en wordt in gezamenlijkheid een begeleidingsplan opgesteld. In de primaire beschikking wordt, ter waarborging van het principe van rechtszekerheid, expliciet vermeld dat het begeleidingsplan in overleg met de inwoner wordt opgesteld en dat de inwoner, indien hij zich ook na bemoeienis van de consulent van het Sociaal Team hierin niet kan vinden, in bezwaar kan komen tegen de beschikking.
Hoofdstuk 3:
Artikel 3.4
Begeleiding en dagbesteding
Onderdeel van Nadere regels en toelichting maatschappelijke ondersteuning gemeente Vijfheerenlanden 2022