Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 3.3

Voorzieningen

Onderdeel van Nadere regels Jeugdhulp Gemeente Vijfheerenlanden 2022

Nadere regels op grond van artikel 3.3, lid 2 en 4 van de Verordening Jeugdhulp Individuele voorzieningen De gemeente biedt als individuele voorziening: begeleiding: hulp en ondersteuning ter bevordering van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren, zoals beschreven in artikel 10.1 lid 1.a. van de wet; jeugd- en opvoedondersteuning op locatie bij de jeugdige: hulp en ondersteuning bij psychosociale en/of gedragsproblemen bij de jeugdige en/of opvoedingsproblemen bij de ouder op locatie bij de jeugdige; jeugd- en opvoedondersteuning op locatie van de aanbieder: hulp en ondersteuning bij psychosociale en/of gedragsproblemen bij de jeugdige en/of opvoedingsproblemen bij de ouder op locatie bij de aanbieder; behandeling (l)vb: behandelen van problemen vanwege een (licht)verstandelijke beperking; generalistische Basis GGZ: behandeling van psychische problemen met een laag tot matig risico; specialistische GGZ: behandeling van psychi(atri)sche problemen met een hoog risico; ernstige dyslexie (ED): diagnostiek en behandeling van ED; dagbesteding: vervangende daginvulling voor onderwijs of werk met een therapeutisch doel; kortdurend verblijf: verblijf op locatie van de aanbieder voor maximaal 3 etmalen per week zoals beschreven in artikel 10.1 lid 1.c van de wet; pleegzorg: wonen in een pleeggezin; verblijf in een gezinsvervangende voorziening: wonen in een instelling zoveel mogelijk gelijkend op een gezinssituatie; verblijf in een residentiële voorziening: wonen in een jeugdhulpinstelling; gesloten plaatsing in een voorziening: wonen in een jeugdhulpinstelling met vrijheid beperkende maatregelen in de zin van hoofdstuk 6 van de wet. Vervoersvoorziening Een vervoersvoorziening wordt alleen verstrekt aan de jeugdige en de ouder, zoals bedoeld in artikel 1.1. van de Jeugdwet. De gemeente verstrekt een vervoersvoorziening alleen voor het vervoer van de jeugdige naar en van de locatie van de zorgaanbieder waar de jeugdige hulp krijgt. De gemeente verstrekt alleen een vervoersvoorziening als uit het gesprek blijkt dat dat deze voorziening nodig is en zonder deze voorziening de jeugdige geen hulp zou krijgen. Er is een vervoersvoorziening nodig als: er sprake is van een vervoersprobleem; uit het gesprek blijkt dat de jeugdige op eigen kracht of met hulp van ouders of andere personen uit de naaste omgeving geen oplossing voor het vervoersprobleem kan worden gevonden; en geen oplossing gevonden kan worden voor het vervoersprobleem door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening; en als sprake is van een medische noodzaak bij de jeugdige zodat deze een beperking heeft met lopen, instappen of staan of indien er sprake is van desoriëntatie zodat de jeugdige geen gebruik kan maken van openbaar vervoer; of er sprake is van beperkingen in de zelfredzaamheid, vastgesteld door een deskundige, omdat: de jeugdige te jong is om zelfstandig te reizen met openbaar vervoer; sprake is van ernstige gedragsproblemen bij de jeugdige waardoor deze niet kan reizen met het openbaar vervoer of eigen vervoer; of er andere redenen van niet-medische aard zijn, die het zelfstandig of onder begeleiding reizen in het openbaar vervoer of eigen vervoer onmogelijk maken. de jeugdige of de ouder medewerking hebben verleend aan de gemeente om aantoonbaar te maken dat er sprake is van een medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid. Het ontbreken van financiële draagkracht van de ouder ten behoeve van de vervoerskosten wordt niet beschouwd als een beperking in de zelfredzaamheid. De vaststelling van de noodzaak van een vervoersvoorziening, zoals gesteld in lid 3 van dit artikel, wordt uitgevoerd door de medewerker van het Sociaal Team of de gecertificeerde instelling. De medewerker van het Sociaal Team legt de noodzaak tot inzet van de vervoersvoorziening bij een vorm van jeugdhulp vast in het actieplan, zoals bedoeld in artikel 2.2.5 van de Verordening. De adressen en tijden, die door de jeugdige of de ouder worden aangegeven in het gesprek worden gebruikt voor de planning van het vervoer. Af en toe voorkomende wijzigingen van deze adressen en tijden zijn geen reden de voorziening aan te passen. De gemeente verwacht van de jeugdige en de ouder dat ze dit zelf oplossen. De duur van de vervoersvoorziening is gelijk aan de duur die in de beschikking is vermeld of korter indien de betreffende individuele voorziening eerder eindigt. Begeleiding in het vervoer De ouder is verantwoordelijk voor de begeleiding van de jeugdige in het vervoer, tot een duur van zes uur per dag. Dit is niet anders als de ouder werkt. Uitvoering van de vervoersvoorziening Als de gemeente een vervoersvoorziening toekent, wordt deze uitgevoerd in de vorm van taxivervoer zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet op Personenvervoer 2000. Voor de uitvoering van een toegekende vervoersvoorziening vindt onderlinge afstemming plaatst tussen de jeugdige, de ouder en de taxivervoerder. Toegang behandeling Ernstige Dyslexie De gemeente merkt als Ernstige Dyslexie aan een ontwikkelingsstoornis op het gebied van lezen en spellen bij jeugdigen op de basisschool in de leeftijd van 7 tot 13 jaar. De gemeente kan een voorziening toekennen voor de diagnostiek en behandeling van Ernstige Dyslexie (ED). Hiervoor is een verwijzing nodig van een dyslexie specialist. Toelichting De hulp op grond van de Jeugdwet, bestaat uit verschillende soorten hulp zoals vermeld in de definitie van jeugdhulp uit hoofdstuk 8 van de verordening. Een beschrijving van de voorzieningen is nodig, omdat de wetgever gemeenten op heeft gedragen om jeugdigen en ouders inzicht te geven welke jeugdhulp voorzieningen de gemeente biedt aan jeugdigen en ouders. De gemeente bepaalt welke jeugdhulp vrij toegankelijk is, de algemene voorzieningen en welke niet, de individuele voorzieningen. Dit is geregeld in artikel 2.9 onder a. van de Jeugdwet. In de Verordening Jeugdhulp is daarom opgenomen wat de algemene vrij toegankelijke voorzieningen en de individuele voorzieningen zijn. De individuele voorziening worden in onderstaande nadere regels verder gespecificeerd. Een beschikking voor hulp kan uit meerdere voorzieningen bestaan. De duiding van de in te zetten hulp wordt vastgelegd in het actieplan, wat samen met de jeugdige en de ouder is opgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel