Naar hoofdinhoud
Bij de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden wordt bij de beoordeling van de eigen kracht de financiële mogelijkheden meegewogen. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat een inwoner financieel daadkrachtig is om de voorziening particulier te kunnen bekostigen dan wordt dit als een oplossing gezien voor de ondersteuningsbehoefte in eigen kracht. Particuliere hulp is hierin algemeen gebruikelijk te verkrijgen binnen de gemeente. Er wordt ten alle tijden een volledig onderzoek gedaan zoals bedoeld in artikel 6, 7 en 8. De gemeente Beesel gaat uit van 2 inkomensgrenzen: Niet AOW-gerechtigden AOW-gerechtigden De opbouw van de wettelijke minimumlonen voor 2021 zien er als volgt uit: 2021 Wettelijk minimumloon 150% wettelijk minimumloon 200% wettelijk minimumloon AOW Gerechtigd Niet-AOW gerechtigd Bruto inkomen Maand Jaar € 1701,00 € 20.412,00 € 2.551,50 € 30.618,00 € 3.402,00 € 40.824,00 het indienen van een IB60 formulier maakt onderdeel uit van de informatie zoals bedoeld in artikel 5 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Beesel 2016. Er vindt geen onderzoek plaats op een melding hulp in het huishouden wanneer de inwoner het IB60 formulier niet indient niet zoals bedoeld in artikel 9 lid 4 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Beesel 2016. Wanneer een inwoner een inkomensgrens heeft van 200% van bruto wettelijk minimumloon (niet AOW-gerechtigden) of 150% (AOW-gerechtigden) dan wordt verwacht dat de inwoner op basis van eigen (financiële) kracht de ondersteuningsvraag hulp in het huishouden kan wegnemen. Wanneer uit onderzoek blijkt dat dit voor een inwoner niet lukt dan worden ook de lasten meegenomen in het onderzoek. In het onderzoek wordt rekening gehouden met het in beslag gelegde gezinsinkomen, of er sprake is van schulden of een aflossingsverplichting en of schuldhulpverlening aanwezig is. De inkomensgrens onder lid 4 wordt jaarlijks aangepast en gecommuniceerd naar inwoners. Hierin wordt het WML gevolgd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel