Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1:1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting Den Haag 2022

In deze verordening wordt verstaan onder: autodeelplaats: een parkeerplaats aangewezen voor een motorvoertuig bestemd voor autodelen; autodelen: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan een huishouden; belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of een parkeerplaats die gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; buurt: de buurt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening naamgeving en nummering (adressen) 2009 en die op grond daarvan als zodanig geregistreerd staat bij het Centraal Bureau voor de Statistiek; centrale computer: computer van de gemeente dan wel een computer van de instantie bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of een ander communicatiemiddel; college: het college van burgemeester en wethouders van Den Haag; dag: een periode van vierentwintig uur, die aanvangt om 0.00 uur; digitaal parkeerrecht GPK-systeem: het systeem waarmee de houder van een gehandicaptenparkeerkaart via een app of via een klantcontactcentrum een digitaal parkeerrecht kan aanmaken en beëindigen; elektrisch motorvoertuig: motorvoertuig dat op de openbare weg mag rijden, geheel of gedeeltelijk op elektriciteit kan rijden en met een oplaadvoorziening is uitgerust; gehandicaptenparkeerkaart: parkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer, een ingevolge de Regeling gehandicaptenparkeerkaart daarmee gelijkgestelde parkeerkaart, of de stadsgewestelijke gehandicaptenparkeerkaart; houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven; maand: een aaneengesloten periode van zoveel dagen als de kalendermaand, waarin de ingangsdatum valt, telt; marktkooplieden: ondernemers met een marktvergunning in de zin van de Marktverordening Den Haag 2016; motorvoertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 met inbegrip van brommobielen; onderwijsinstelling: een onderwijsinstelling in het kader van de Wet op het onderwijstoezicht; parkeerapparatuur: parkeermeters, met inbegrip van parkeerautomaten, centrale computers en verder alle apparaten die naar maatschappelijke opvatting onder parkeerapparatuur wordt verstaan; parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waar het parkeren geregeld wordt door parkeerapparatuur; parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; religieuze instelling: een instelling, die een ruimte van 150 m² of meer tot haar beschikking heeft, die bestemd is voor de openbare eredienst of openbare levensbeschouwelijke bezinningssamenkomsten en die als zodanig wordt gebruikt; RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; sportvereniging: de sportvereniging die is aangesloten bij een sportbond, die lid is van NOC*NSF; vergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaatsen; vergunninggebied: een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn; vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend; week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen.

Rechtspraak bij dit artikel