Naar hoofdinhoud
Na de aanvang van het belastingjaar kan aan de belastingplichtige een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld. Artikel 11Termijnen van betaling 1.. De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2.. In afwijking van het eerste lid moeten aanslagen, zolang en voor zover het totaal verschuldigde bedrag daarvan door middel van automatische incasso kan worden geïnd, worden betaald in drie termijnen waarbij de eerste termijn vervalt één maand na dagtekening van het aanslagbiljet en de tweede en derde termijn telkens een maand later.

Rechtspraak bij dit artikel