Naar hoofdinhoud
1.. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester (‘evenementenvergunning’) een evenement te organiseren. 2.. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 in verbinding met 148 van de Wegenverkeerswet 1994. 3.. Het verbod is evenmin van toepassing op de volgende categorieën evenementen in de daarbij genoemde gevallen en op voorwaarde dat het evenement tijdig is gemeld overeenkomstig het vierde en vijfde lid: kleine evenementen; zang-, dans-, muziekuitvoeringen en andere culturele manifestaties in openbare gebouwen of kerken; wandel-, fiets- en skeelertochten op wegen en weggedeelten waar dat volgens het RVV 1990 is toegestaan, als: het evenement tussen 08.00 en 22.00 uur plaatsvindt; geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 10.00 uur of na 22.00 uur; er geen wegafsluitingen en omleidingen zijn vereist voor het evenement; dat er toestemming is verkregen van rechthebbenden voor het gebruik van gronden; verkeersregelaars worden ingezet; verwijzingsborden worden aangebracht; de paden, wegen en onmiddellijke omgeving ervan direct na afloop van het evenement worden teruggebracht in oorspronkelijke staat; fanfare- en harmonieoptochten als: er geen wegen en straten worden afgezet, en de veiligheid van het verkeer niet in gevaar komt. de viering van Dodenherdenking op 4 mei, de Sacramentsprocessies en de Sint-Maartenoptocht als bij het lopen van een route wordt voorzien in een begeleiding door verkeersregelaars. 4.. De organisator doet ten minste 21 werkdagen voorafgaand aan een klein evenement zoals bedoeld in het derde lid onder a daarvan melding aan de burgemeester. Deze bepaling is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s. 5.. De organisator doet ten minste 21 werkdagen voorafgaand aan een evenement zoals bedoeld in het derde lid onder b tot en met e melding aan de burgemeester. 6.. De burgemeester kan binnen veertien dagen na ontvangst van de melding als bedoeld in het vierde of vijfde lid besluiten een evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 7.. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 8.. Onverminderd artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 9.. Op de aanvraag om een evenementenvergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel