De eigenaar of gebruiker van gronden is verplicht de volgende plantensoorten te verwijderen, indien deze overlast voor de aangrenzende gronden kunnen veroorzaken:
Reuzenbereklauw (Heracleaum mantegazzianum) voordat de plant tot bloei komt;
Japanse Duizendknoop (Fallopia japonica) voordat de plant tot bloei komt;
Jacobskruid (Senecio jacobaea), Jacobskruiskruid (Jacobaea vulgaris en grote brandnetel (Urtica dioica) voordat de planten tot bloei komen;
akkerdistel (Cirsium-soorten), akkermelkdistel (Sonchus-soorten), distel (Cardius-soorten), mariadistel (Silybium-soorten), wegdistel (Onopordon-soorten) en ridderzuring (Rumex obtusifolius), voordat de planten tot knopvorming komen.
Hoofdstuk 5. › Afdeling 10.
Artikel 5:38