Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 12

Realisatie deelautoplekken (Aw 3)

Onderdeel van Beleidsregel parkeernormen auto 2021 gemeente Utrecht

Het aantal op basis van artikel 7 lid 1 sub c Aw3 aan te leggen deelautoplekken wordt aangelegd op eigen terrein en. Deze plekken worden voorzien van een aanduiding “deelauto”. In afwijking van het gestelde in lid 1 kan de gemeente het toestaan om (een deel van) de deelautoplekken op de openbare weg te realiseren als dit passend is en er geen aangewezen deelmobiliteitshub aanwezig is binnen 250 meter (berekend conform artikel 16 lid 2). Uitgangspunt is dat een deelautoplek wordt aangelegd op maximaal 250 meter vanaf een hoofduitgang van een bouwontwikkeling en altijd op een plek die eenvoudig bereikbaar is voor de doelgroep, waaronder voor omwonenden van de bouwontwikkeling Bij een deelautoplek wordt een elektriciteitsvoorziening aangelegd zodat deze bruikbaar is voor elektrische deelauto’s. 50% van de deelautoplekken, met een maximum van 5 per bouwontwikkeling, mag worden ingericht als deelmobiliteitsplek, waar deelfietsen, deelbromfietsen en deelbakfietsen worden aangeboden. Per bouwplan worden niet meer deelmobiliteitsplekken dan deelautoplekken ingericht. Een deelmobiliteitsplek heeft minimaal een omvang van 12,5 m2.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel