Naar hoofdinhoud
1.. Een verblijfsontzegging wordt opgelegd aan een persoon die zich herhaaldelijk schuldig maakt aan een overtreding als opgenomen in de bijlage bij deze beleidsregels, en daarmee de openbare orde verstoort. Als sprake is van verschillende overtredingen wordt voor de duur van de verblijfsontzegging uitgegaan van de zwaarste overtreding. 2.. In het besluit wordt aangegeven op grond van welke feiten de verblijfsontzegging wordt opgelegd, voor welk gebied en voor welke termijn deze geldt en wanneer deze ingaat. 3.. Als de persoon, aan wie de verblijfsontzegging wordt opgelegd, in het gebied woont of werkt waarvoor de ontzegging geldt, dan wordt dat gebied zodanig aangeduid dat die persoon een aanloop/aanrijd route heeft naar en van zijn woning of werklocatie. 4.. Het nemen van het besluit om een verblijfsontzegging op te leggen en de uitreiking daarvan vindt zo snel mogelijk na het geconstateerde feit plaats. Indien de uitreiking niet in persoon kan plaatsvinden, gebeurt dit via toezending per aangetekende en gewone post. 5.. Het besluit tot het opleggen van een verblijfsontzegging is een besluit als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat hiertegen een bezwaarschift kan worden ingediend.

Rechtspraak bij dit artikel