**1..** Het college van B en W stelt een ad hoc adviescommissie samen die de aanvragen beoordeelt. De adviescommissie adviseert het college van B en W over de subsidieaanvragen.
**2..** De adviescommissie toetst alle aanvragen die op tijd en volledig zijn ontvangen en voldoen aan de eisen zoals genoemd in deze nadere regel en die voldoen aan de geldende ASV op basis van de volgende beoordelingscriteria:
Creatieve deelname en groei
De commissie beoordeelt de inhoud van het cultuurprogramma voor de jongeren. Vragen die hierbij een rol spelen zijn:
Is er een interessant plan bedacht om de jongeren in hun creatieve ontwikkeling en groei te ondersteunen?
Zijn er aansprekende en ervaren makers, coaches, docenten of andere begeleiders die de jongeren hierbij helpen?
Zorgen de betrokken organisaties ervoor dat diverse (groepen) jongeren mee kunnen doen en spannen zij zich hiervoor voldoende in?
Werken de jongeren toe naar een eindresultaat dat hen motiveert en/of kunnen de jongeren zich doorontwikkelen?
Zakelijk en organisatorisch plan
Hier kijkt de commissie naar de zakelijke en organisatorische kennis en aanpak om het plan te realiseren. Vragen die hierbij een rol spelen zijn:
Is er in het projectplan een heldere en goede aanpak beschreven, met een duidelijk doel, logische opbouw en haalbare planning?
Hebben de betrokkenen de juiste kennis en ervaring voor de financieel-zakelijke en organisatorische uitvoering?
Is er een duidelijk plan om jongeren uit verschillende delen van Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern te bereiken en betrekken?
Is de begroting duidelijk, redelijk en realistisch, met voldoende verschillende inkomstenbronnen om het project mogelijk te maken?
Ontmoeting en samenwerking
Hier kijkt de commissie naar de ontmoeting en interactie tussen (groepen) jongeren en de samenwerking tussen organisaties. Vragen die hierbij een rol spelen zijn:
Zorgt het project of programma voor ontmoeting en interactie tussen jongeren uit verschillende subculturen?
Werkt de subsidieaanvrager samen met andere culturele organisaties in een wederzijdse en gelijkwaardige samenwerking?
Zijn deze samenwerkingen goed beschreven, met een duidelijke rol- en taakverdeling?
Versterken deze samenwerkingen de keten van culturele talentontwikkeling in Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern, waardoor jongeren tijdens of na deelname aan het ene programma kunnen doorstromen naar andere cultuurtrajecten?
Artikel 10
Beoordeling subsidieaanvraag
Onderdeel van Nadere regel subsidie cultuurprogramma jongeren Leidsche Rijn/Vleuten-De Meern 2022-2024