Naar hoofdinhoud
3.3.1Bodemkwaliteitskaart Bij het hergebruik van binnen de gemeente Geldrop-Mierlo vrijkomende grond mag de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel worden gebruikt voor het aantonen van de milieuhygiënische kwaliteit. Voorwaarde hierbij is dat de actuele bodemkwaliteit op de betreffende herkomstlocatie (naar verwachting) overeenkomt met de bodemkwaliteit in de betreffende bodemkwaliteitszone. Er mag dus geen sprake zijn van een uitgesloten locatie (zie hieronder). Als de grond ook is voorzien van een geldig ander bewijsmiddel (partijkeuring, erkende kwaliteits-verklaring), dan geldt dat andere bewijsmiddel als milieuhygiënische verklaring, omdat deze een directere uitspraak doet over de kwaliteit van de betreffende partij grond of bagger dan de bodemkwaliteitskaart. 3.3.2Uitgesloten locaties en gebieden Om gebruik te kunnen maken van een bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel moet de herkomstlocatie 'onverdacht' zijn ten aanzien van het voorkomen van bodemverontreiniging c.q. een bodemkwaliteit hebben die naar verwachting niet afwijkt van de lokale bodemkwaliteitsklasse. Gelet hierop zijn de volgende verdachte locaties en gebieden uitgesloten: (voormalige) stortplaatsen; (voormalige) saneringslocaties; locaties waar bodemverontreiniging boven de interventiewaarde is aangetoond; locaties waar potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden of vinden; locaties waar brand is geweest; locaties waar bij calamiteiten mogelijk bodemvreemde stoffen op of in de bodem zijn gelekt; locaties die zijn opgehoogd met materiaal van onbekende aard en/of samenstelling; Rijkswegen, provinciale wegen en spoorwegen inclusief de onverharde bermen; Gemeentelijke gebiedsontsluitingswegen inclusief de onverharde wegbermen; Defensieterreinen; (Voormalige) zinkassenwegen en zinkassenerven; Opritten aansluitend op (voormalige) zinkassenerven; SNB – Slibverwerking Noord-Brabant; Waterbodems. Deze verdachte locaties en gebieden zijn uitgesloten van het gebruik van de bodemkwaliteitskaart als erkend bewijsmiddel. De kwaliteitsklasse dient in dat geval op een andere wijze aangetoond te worden. Ook als in de grond bodemvreemd materiaal of andere zintuiglijke waarnemingen worden aangetroffen die duiden op een plaatselijke bodemverontreiniging (bijv. verontreinigd puin, koolas, sintels, asbest, olie-, oplosmiddelen- of andere afwijkende geur, niet-natuurlijke verkleuringen, etc.), dan dient de grond als verdacht te worden beschouwd. Toets herkomst Om te bepalen of een locatie onverdacht is, dient minimaal een bodemtoets uitgevoerd te worden. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van het formulier 'toets herkomst'. Bij gebruik van de bodem-kwaliteitskaart als erkend bewijsmiddel, dient dit formulier volledig ingevuld bij de melding te worden toegevoegd. Het formulier is opgenomen in bijlage 9. 3.3.3Overige erkende bewijsmiddelen Wanneer de bodemkwaliteitskaart niet als bewijsmiddel kan worden gebruikt, dient de milieuhygiënische kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie op een andere wijze te worden aangetoond: Partijkeuring (AP04, SIKB BRL1000, protocol 1001 [21]); erkende kwaliteitsverklaring; fabrikant-eigenverklaring; bodemonderzoek mits dat voldoet aan een van de volgende de onderzoeksstrategieën, bedoeld in NEN 5740; onderzoeksstrategie voor de toetsing of sprake is van schone bodem (TOETS-S); onderzoeksstrategie voor de toetsing of sprake is van schone bodem op grootschalige locaties (TOETS-S-GR); onderzoeksstrategie voor de partijkeuring van niet schone grond uit diffuus belast gebied met een heterogene verdeling van de verontreinigende stof (KEU-I-HE). waterbodemonderzoek conform de NEN 5720 [22]. Andere onderzoeksstrategieën uit de NEN 5740 kunnen niet gebruikt worden erkend bewijsmiddel van de kwaliteit van de grond. Deze bodemonderzoeken kunnen enkel in combinatie gebruikt worden met formulier toets herkomst en de bodemkwaliteitskaart. Voor het toepassen van grond of baggerspecie op uitgesloten locaties en gebieden dient de kwaliteit van de ontvangende bodem vastgesteld te worden. Om de kwaliteit van de ontvangende bodem vast te stellen zijn de volgende onderzoeksstrategieën uit de NEN 5740 toegestaan als milieuhygiënische verklaring voor de kwaliteit: onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (ONV); onderzoeksstrategie voor een grootschalig onverdachte locatie (ONV-GR); onderzoeksstrategie bij een onbekende bodembelasting (ONB); onderzoeksstrategie voor de toetsing of sprake is van schone bodem (TOETS-S); onderzoeksstrategie voor de toetsing of sprake is van schone bodem op grootschalige locaties (TOETS-S-GR); onderzoeksstrategie voor de partijkeuring van niet schone grond uit diffuus belast gebied met een heterogene verdeling van de verontreinigende stof (KEU-I-HE). Bij de bovenstaande onderzoeksstrategieën kan onderzoek naar de kwaliteit van het grondwater en de kwaliteit van de grond van de ontvangende bodem, die zich bevindt op 0,5 m-mv en dieper, achterwege blijven. 3.3.4Bodemkwaliteitskaarten van andere gemeenten en waterschappen Vooralsnog zijn nog geen bodemkwaliteitskaarten van andere gemeenten geaccepteerd, zodat de kwaliteit van grond afkomstig uit andere gemeenten op dit moment moet zijn vastgesteld via een ander erkend bewijsmiddel (zie § 3.3.3). De gemeente Geldrop-Mierlo wil de mogelijkheid open houden om in de toekomst bodemkwaliteitskaarten van omliggende gemeenten en waterschappen te accepteren als milieuhygiënische verklaring. Hiervoor zou dan het generiek (landelijk) toetsingskader van toepassing zijn (zie § 3.1). De acceptatie van deze kaarten kan in dat geval door het college worden vastgesteld en hoeft niet nogmaals door de gemeenteraad te worden goedgekeurd. Met het vaststellen van voorliggende nota bodembeheer vindt automatisch delegatie plaats van de gemeenteraad naar het college van Burgemeester en Wethouders om voornoemde bodemkwaliteitskaarten te accepteren als milieuhygiënische kwaliteits-verklaring. 3.3.5Werken in en met verontreinigde bodem (CROW400) De bodemkwaliteitskaart in deze nota bodembeheer kan gebruikt worden om een veiligheidsklasse volgens de CROW400 [23] af te leiden voor (graaf)werkzaamheden in de bodem. Het gebruik van de bodemkwaliteitskaart is enkel toegestaan indien een vooronderzoek conform de NEN 5725 [24] is uitgevoerd. Hieruit moet dan blijken dat de bodemkwaliteit op de locatie niet afwijkt van de gebiedskwaliteit zoals vastgelegd in de bodemkwaliteitskaart (onverdachte locatie). Op basis van de bodemkwaliteitskaart in combinatie met de nota bodembeheer kan aan de hand van de percentielwaarde van minimaal P80 vastgesteld worden of een veiligheidsklasse van toepassing is (zie bijlage 4). Op basis van de bodemkwaliteitskaart van gemeente Geldrop-Mierlo is voor alle zones vooralsnog geen sprake van een veiligheidsklasse. Wel is altijd sprake van de ‘basishygiëne’. De veiligheidskundige zal uiteindelijk de veiligheidsklassen definitief moeten vaststellen en de bijbehorende veiligheidsmaatregelen voorschrijven.

Rechtspraak bij dit artikel