De eigenaar van een aangesloten of vrijwel aaneengesloten opstand die voor meer dan de helft bestaat uit naaldhout, een heideveld, een veen of een ander erf of terrein, voor zover niet bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder b van de Woningwet, en dat met brandbare gewassen is begroeid, is verplicht onverwijld de voorschriften op te volgen die het college dan
wel de krachtens artikel 12 aangewezen toezichthoudende ambtenaren geven tot het voorkomen van brand en het beperken van de gevolgen van de brand.