In deze verordening wordt verstaan onder:
inrichting: voor mensen toegankelijke ruimtelijk begrensde
plaats voor zover dat geen bouwwerk is;
bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen,
metaal of ander materiaal, dat op de plaats van bestemming
hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij
direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter
plaatse te functioneren.