Gebruikelijke hulp is de hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten die samen een leefeenheid vormen. Gebruikelijke hulp heeft een verplichtend karakter. Daar waar gebruikelijke hulp geboden kan worden, is geen ondersteuning mogelijk vanuit de Wmo.
Gebruikelijke hulp is uitsluitend aan de orde bij personen die samen in één woning wonen en daarmee een leefeenheid vormen. In de volgende situaties is echter géén sprake van een leefeenheid, en daarom ook geen sprake van gebruikelijke hulp:
bij kamerverhuur (op basis van een huurovereenkomst): De huurder van de betreffende ruimte wordt niet tot de leefeenheid gerekend. Van huurders mag niet verwacht worden dat zij de huishoudelijke taken overnemen; er is bijvoorbeeld geen sprake van familiebanden.
Bij personen die zelfstandig samenwonen op een adres en gemeenschappelijke ruimten delen. Daarbij wordt verondersteld dat het aandeel in het schoonmaken van de gemeenschappelijke ruimten bij uitval van een van de bewoners wel wordt overgenomen door de andere bewoners van het pand.
Bij het inventariseren van de mogelijkheden van huisgenoten ten aanzien van het bieden van gebruikelijke hulp aan de cliënt, wordt gekeken naar wat er nodig is aan werk, in hoeverre men dat gezamenlijk kan doen en in hoeverre de individuele gezinsleden dat redelijkerwijs kunnen leveren.
Er wordt geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, de wijze van inkomensverwerving of persoonlijke opvattingen over het verrichten van huishoudelijke taken.
Bij de bepaling van gebruikelijke hulp wordt rekening gehouden met de eventuele beperking(en) van de huisgenoot of huisgenoten. Daar waar het inwonende kinderen betreft, wordt meegewogen welke bijdrage van hen redelijkerwijs te verwachten is op grond van hun leeftijdsfase. (Zie hieronder in het kader “Gebruikelijke hulp per leeftijdsfase”)
Iedere volwassen burger wordt verondersteld naast een (drukke) baan of opleiding en/of gezin een huishouden te kunnen voeren. In geval van een meerpersoonshuishouden staat het hebben van een normale baan of het volgen van een opleiding per definitie het leveren van gebruikelijke zorg niet in de weg. Gebruikelijke zorg gaat voor op andere activiteiten van leden van de leefeenheid in het kader van hun maatschappelijke participatie, zoals hobby’s en sociale activiteiten.
Uitprotocol Gebruikelijke zorg (CIZ april 2005) / Protocol Indicatiestelling voor Huishoudelijke Verzorging (CIZ april 2005)
Gebruikelijke hulp per leeftijdsfase:
Kinderen tot 5 jaar leveren geen bijdrage aan de huishouding.
Kinderen tussen 5-12 jaar worden naar hun eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden als opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, boodschap doen, kleding in de wasmand gooien.
Van kinderen in de leeftijd tussen 12 en 18 jaar wordt verwacht dat zij hun eigen kamer schoonhouden en een bijdrage leveren in de licht huishoudelijke taken (zoals tafel afruimen, afwassen, kleding in de wasmand doen, kleine boodschappen doen).
Jong volwassenen in de leeftijd van 18 tot 23 jaar worden geacht een éénpersoons huishouden te kunnen voeren.
Vanaf 23 jaar wordt iemand geacht een meerpersoonshuishouden te kunnen voeren en wordt van de persoon dus verwacht waar nodig het gehele huishouden over te nemen.
Hoofdstuk 7.
Artikel 7.3.
Gebruikelijke hulp
Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning Diemen 2022