Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: Bbz : het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004; Benadelingsbedrag: netto-uitkering waarop eerder, langer of tot een hoger bedrag een beroep wordt of is gedaan ten gevolge van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan ; Beslagvrije voet : beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; Bijstandsnorm : toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de Participatiewet, of grondslag van de uitkering als bedoeld in artikel 5 van de IOAW of artikel 5 van de IOAZ voor zover sprake is van een uitkering op grond van de IOAW of IOAZ; Geüniformeerde arbeidsverplichting: verplichting als bedoeld in artikel 18a, vijfde lid van de wet; of artikel 20a, vijfde lid van de IOAW of IOAZ; IOAW : Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers IOAZ : Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen Uitkering : algemene bijstand op grond van de Participatiewet, IOAW en IOAZ; Verlaging : het verlagen van de bijstand op grond van artikel 18, tweede lid, of artikel 9 eerste lid onder a, van de wet; Voorziening : voorziening als bedoeld in artikel 7 eerste lid onderdeel a van de wet; Wet : de Participatiewet. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel