Naar hoofdinhoud
Het college bereidt in overleg met de raad de aanbesteding van de accountantscontrole voor. De raad stelt voor de aanbesteding van de accountantscontrole het programma van eisen vast. In het programma van eisen worden voor de jaarlijkse accountantscontrole opgenomen: de toe te passen goedkeuringstoleranties bij de controle van de jaarrekening; de inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen; de eventueel aanvullende uit te voeren tussentijdse controles; de frequentie en inrichtingseisen van de aanvullende tussentijdse rapportering; en voor ieder afzonderlijk te controleren begrotingsjaar; de posten van de jaarrekening, waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht moet besteden; de gemeentelijke producten, waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht moet besteden. In afwijking van het gestelde in lid 2, letters e en f, kan de raad in het programma van eisen opnemen, dat de raad jaarlijks voorafgaand aan de accountantscontrole in overleg met de accountant vaststelt de posten van de jaarrekening, de gemeentelijke producten en de gemeentelijke sectoronderdelen, waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht moet besteden en welke rapporteringstoleranties hij daarbij dient te hanteren. In geval van Europese aanbesteding van de accountantscontrole stelt de raad vóór de selectie van de accountant de selectiecriteria vast en per selectiecriterium de bijbehorende weging vast. De raad wijst de accountant aan, die wordt belast met de accountantscontrole van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213, lid 2 Gemeentewet. Het college verleent de opdracht aan de accountant, ter uitvoering van de eisen en criteria bedoeld in het tweede tot en met het vierde lid en het aanwijzingsbesluit bedoeld in het vijfde lid van dit artikel. De opdracht aan de accountant heeft een looptijd van 5 jaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel