Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 9.

Toekenning individuele voorziening

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Cranendonck 2022

1.. Het college kent een individuele voorziening toe voor zover in het (gezins)plan, zoals bedoeld in artikel 6, wordt vastgesteld dat de jeugdige: op eigen kracht of met zijn ouders of andere personen uit zijn naaste omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden; geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een overige voorziening, of geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening. 2.. Het college kent eveneens een individuele voorziening toe voor zover met betrekking tot de jeugdige een verwijzing zoals bedoeld in artikel 3 is afgegeven. 3.. Bij het verstrekken van een individuele voorziening, al dan niet in de vorm van een pgb, wordt rekening gehouden met richtlijnen rondom gebruikelijke zorg. Wanneer de aanvraag getypeerd kan worden als gebruikelijke zorg, wordt er geen individuele voorziening verstrekt. Het college stelt nadere regels vast met betrekking tot gebruikelijke zorg. 4.. Conform artikel 8.1.1 van de wet verstrekt het college alleen een individuele voorziening in de vorm van een pgb: indien de jeugdige of zijn ouders dit wensen; en als de jeugdige of zijn ouders, al dan niet met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde, in staat zijn de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; en als de jeugdige of zijn ouders overtuigend kunnen motiveren waarom zij de individuele voorziening die door een aanbieder wordt geleverd, niet passend achten; en als naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp die de jeugdige of zijn ouders willen betrekken van een aanbieder of een persoon die behoort tot het sociale netwerk, van goede kwaliteit is. 5.. Degene aan wie een pgb wordt verstrekt, kan de individuele voorziening uitsluitend betrekken van een persoon die behoort tot zijn sociale netwerk indien deze persoon: voor zijn diensten niet meer krijgt betaald dan het vastgestelde bedrag in de nadere regels; niet heeft aangegeven dat de zorg aan de ontvanger van het pgb hem te zwaar valt; het pgb niet zal gebruiken voor de betaling van tussenpersonen of belangbehartigers, en op geen enkele wijze druk op de ontvanger van het pgb heeft uitgeoefend bij diens besluitvorming. 6.. Als de jeugdige en/of zijn ouders een pgb willen ontvangen dan zijn zij verplicht om een budgetplan bij het college in te dienen. De jeugdige en/of zijn ouders dienen het budgetplan in door middel van een door het college vastgesteld model welke te vinden is in de nadere regels. 7.. De hoogte van een pgb: is gebaseerd op een door de jeugdige en/of zijn ouders opgesteld budgetplan over hoe zij het pgb gaan besteden; bedraagt niet meer dan het voor zorg in natura overeengekomen tarief van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura; voor particuliere inzet wordt voor de hoogte van het pgb aansluiting gezocht bij de wet minimumloon en minimumvakantiebijslag per maand voor personen van 21 jaar of ouder met een 36-urige werkweek; is toereikend om veilige, effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen; wordt gebaseerd op tarieven die door het college worden vastgesteld bij nadere regels. Deze tarieven worden jaarlijks geïndexeerd, waarbij het uitgangspunt is dat het indexeringspercentage voor de tarieven zorg in natura zal worden gevolgd. Het college kan besluiten om niet te indexeren. 8.. Het pgb bedraagt bij het inschakelen van: een professionele dienstverlener maximaal 100% van de prijs of het tarief dat de gemeente zou betalen, als de individuele voorziening in natura zou zijn verstrekt; een professionele ZZP’er maximaal 85% van de prijs of het tarief dat de gemeente zou betalen, als de individuele voorziening in natura zou zijn verstrekt; particuliere inzet maximaal 50% van de prijs of het tarief dat de gemeente zou betalen, als de individuele voorziening in natura zou zijn verstrekt, met dien verstande dat het daarbij in aanmerking te nemen uurtarief van de persoon uit het sociaal netwerk niet hoger is dan € 20,- per uur. 9.. Onverminderd artikel 8.1.1. van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. Tevens is er geen recht op een pgb indien de jeugdige of zijn ouders zich eerder niet heeft gehouden aan, bij eerdere verstrekking van een pgb, opgelegde verplichtingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel