De gemeenteraad kent het ereburgerschap op eigen initiatief of op voorstel van het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) toe.
De bevoegdheid tot het toekennen van het ereburgerschap kan niet worden gedelegeerd.
Ieder persoon of rechtspersoon kan bij het college een aanvraag indienen voor toekenning van het ereburgerschap door middel van een daarvoor bestemd formulier dat op de website van de gemeente te vinden is.
De aanvrager dient de aanvraag tenminste zes maanden voor de beoogde uitreiking van de erepenning verbonden aan het ereburgerschap in.
Na ontvangst van de aanvraag toetst het college of aan de artikel 3 gestelde criteria is voldaan.
Ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag vraagt het college de benodigde gegevens op uit de gemeentelijke basisadministratie, de justitiële registers en het politieregister.
Indien er sprake is van een justitiële aantekening hanteert het college de verjaringstermijn voor Koninklijke Onderscheidingen, waarbij een minimale termijn verjaringstermijn van tien jaar geldt.
Indien de gemeenteraad besluit tot toekenning van het ereburgerschap, stelt de burgemeester de familie van de betrokkene hiervan op de hoogte. Bij uitzondering kan de betrokkene ook rechtstreeks op de hoogte worden gesteld.
Het college bepaalt de datum, het tijdstip, de locatie en de wijze waarop de erepenning verbonden aan het ereburgerschap wordt uitgereikt.
Indien het ereburgerschap is toegekend, maar de erepenning verbonden aan het ereburgerschap is nog niet uitgereikt, kan deze ook postuum worden uitgereikt aan een naaste verwant van deze persoon.
Het college stelt de gemeenteraad schriftelijk in kennis van het feit dat een erepenning verbonden aan het ereburgerschap is uitgereikt.
Artikel 4
Procedure ereburgerschap
Onderdeel van VERORDENING GEMEENTELIJKE ONDERSCHEIDINGEN VEENENDAAL