Naar hoofdinhoud
1.. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231 tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet. 2.. De belastingplichtige die niet binnen zesentwintig weken na afloop van het belastingjaar is uitgenodigd tot het doen van aangifte of aan wie niet binnen vier weken na afloop van het belastingjaar een aanslag is opgelegd, is gehouden binnen vier weken na het verstrijken van zesentwintig weken, bij de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, een verzoek in te dienen om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte. 3.. Ieder, die een uitnodiging tot het doen van aangifte heeft ontvangen, is verplicht binnen twee weken na de datum van uitnodiging de aangifte ingevuld en ondertekend op het gemeentehuis te bezorgen of doen bezorgen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel