Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.4

Artikel 3.4.1

Ambitie

Onderdeel van Gemeentelijk Rioleringsplan Ouder-Amstel 2018-2022 Hoofddocument

Grondwater is een natuurlijk verschijnsel. In het stedelijk gebied komen situaties voor waarbij de aan de grond gegeven bestemming en de aanwezigheid van grondwater elkaar hinderen. Door de ligging in een polder en de bodemdaling is het in de gemeente Ouder-Amstel niet ongebruikelijk dat zich in kruipruimtes structureel grondwater bevindt. Water in de kruipruimte is niet per definitie overlast. Water mag aanwezig zijn als dit geen gevolgen heeft voor het woongenot of de bouwtechnische staat. Naast hoge grondwaterstanden kunnen ook lage grondwaterstanden leiden tot overlast. Lage grondwaterstanden kunnen bijvoorbeeld leiden tot paalrot van houten paalfunderingen (met name bij oudere woningen), extra (ongelijke) zetting van veen- en kleibodems en verdorring van vegetatie in openbaar of particulier groen. Passende maatregelen komen veelal overeen met de voorkeursstrategie uit het omgaan met neerslagafvoer: vasthouden, bergen en pas als het niet anders kan afvoeren. Voorbeelden van maatregelen die hieraan bijdragen zijn: verminderen van gesloten verhard oppervlak, gebruik van infiltratie voorzieningen en vasthouden van extra grondwater door beperken van drainage. In grote lijnen volgt de gemeente de koers van de afgelopen jaren voor de invulling van haar gemeentelijke watertaken. Met de ervaringen vanuit recente projecten zijn de processen en bewoordingen herschreven. De insteek van de gemeente is onveranderd: de gemeentelijke grondwaterzorgplicht wordt sober en doelmatig ingevuld. De insteek van de gemeente is erop gericht om op doelmatige wijze bestaande hinder weg te nemen en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen nieuwe hinder te voorkomen met als resultaat een duurzaam functionerend grondwatersysteem én een duurzaam gebruik. De gevolgen van overtollig grondwater of een lage grondwaterstand vallen onder de verantwoor- delijkheid van de grondeigenaar. De gemeente wil waar mogelijk meewerken aan oplossingen (onderzoekend en regisserend) en wil daartoe een duidelijk aanspreekpunt zijn voor burgers en bedrijven betreffende grondwaterproblematiek en vragen over grondwater. In situaties waar grondwateroverlast (of -onderlast) wordt gemeld, treedt de gemeente op als regisseur bij het zoeken naar oplossingen. De gemeente neemt alleen zelf maatregelen tegen grondwateroverlast of -onderlast indien zij dit doelmatig acht. De gemeente neemt alleen maatregelen in de openbare ruimte. De afwegingen en eventuele maatregelen zijn altijd locatieafhankelijk en maatwerk. Om de doelmatigheid van grondwatermaatregelen te beoordelen, stelt de gemeente een advies op vanuit de volgende beleidsregels: Er is een probleem: structureel nadelige gevolgen door een te hoge of te lage grondwaterstand (nadelige gevolgen zijn afhankelijk van de bouwwijze van de woning én ter beoordeling van de gemeente. Optrekkend vocht in muren hoeft bouwtechnisch geen probleem te zijn, maar kan wel tot een afname van het woongenot leiden als gevolg van vochtig binnenklimaat). De maatregel heeft nut: vanuit de openbare ruimte wordt een gunstig effect voor de (particuliere) percelen met overlast bereikt zonder nieuwe structurele schade of overlast te veroorzaken. De maatregel is kosteneffectief: de investerings- en exploitatiekosten van maatregelen door de gemeente staan in verhouding met (eventueel toekomstige) kosten van maatregelen door perceeleigenaren of eventueel te verwachten kosten voor schades. De maatregel is inpasbaar: de maatregel leidt niet tot onevenredig grote belemmeringen voor het behalen van andere gemeentelijke ambities, waaronder de (voor het gebied of locatie) gewenste uitstraling, verkeersveiligheid of energieverbruik. Vanwege de specifieke geohydrologische situatie is er op voorhand geen getalsmatige invulling aan bovenstaande beleidsregels te geven.

Rechtspraak bij dit artikel