Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4.

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2022

De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van: voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst of anderszins, rechtens moeten worden gedoogd; voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, lid 1, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; voor het hebben boven openbare gemeentegrond van hijsbalken, raamdorpels, goten, gevellijsten en soortgelijke werken, deel uitmaken van een gebouw; voor het hebben van wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB en van andere overeenkomstige instellingen; brievenbussen ten dienste van PostNL; oplaadpunten voor elektrische voertuigen (e-laadpalen).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel