In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
bioafval: biologisch afbreekbaar tuin- en keukenafval afkomstig van huishoudens. Ook wel GFT-afval genoemd, wat staat voor groente-, fruit en tuinafval.
inzamelen: de activiteiten gericht op het ophalen of innemen van afvalstoffen die binnen de gemeente ter inzameling worden aangeboden en het feitelijk ophalen en innemen daarvan;
ter inzameling aanbieden: de wijze van overdragen van afvalstoffen aan een inzamelende persoon of instantie, inclusief het achterlaten van afvalstoffen in daartoe door of vanwege de inzamelende persoon of instantie geplaatste inzamelmiddelen of -voorzieningen of op een daartoe aangewezen plaats;
inzameldienst: de krachtens artikel 3, eerste lid, aangewezen inzameldienst, belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen;
andere inzamelaars: de krachtens artikel 4, aangewezen personen en instanties, belast met het afzonderlijk inzamelen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen;
inzamelmiddel: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, ten behoeve van een huishouden;
inzamelplaats: daartoe op grond van artikel 5 aangewezen plaats;
inzamelvoorziening: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats ten behoeve van meerdere huishoudens;
perceel: perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan.
gebruiker van een perceel: degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en artikel 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt;
straatafval: huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang en gewicht, zoals sigarettenpeuken, kauwgom, (eet- en drink)verpakkingen of etenswaren, ontstaan buiten een perceel, niet zijnde klein chemisch afval, afvaldumpingen en hondenpoep.
zwerfafval: straatafval dat door mensen bewust of onbewust is weggegooid of achtergelaten op plaatsen die daar niet voor bestemd zijn of door indirect toedoen of nalatigheid van mensen op die plaatsen is terechtgekomen;
gezelschapsdier: een dier dat de mens in of rond het huis houdt en verzorgt, niet zijnde een hobby- of landbouwhuisdier.