Het college kan besluiten tot beëindiging van de schulddienstverlening indien:
het schulddienstverleningstraject succesvol is afgerond ;
de noodzaak tot schulddienstverlening niet langer aanwezig is. De noodzaak ontbreekt in ieder geval als de verzoeker in staat moet worden geacht om de schuldenproblematiek zelf of met behulp van anderen aan te pakken;
de verzoeker hier zelf om vraagt;
de verzoeker is komen te overlijden;
de verzoeker verhuist naar een andere gemeente, tenzij er sprake is van een lopende schuldregeling;
de verzoeker intimiderend, dreigend en/of agressief gedrag vertoont jegens medewerkers van de gemeente of derden die namens of in samenwerking met de gemeente het schulddienstverleningstraject uitvoeren;
tijdens de stabilisatiefase blijkt dat het bereiken van een schuldregeling niet binnen de daarvoor geldende maximale termijn haalbaar is;
de schulddienstverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker, niet (langer) passend is;
de inkomens-, woon- of leefsituatie van verzoeker tijdens het schulddienstverleningstraject dermate is gewijzigd en dit, naar het oordeel van het college, gevolgen heeft voor de (voortzetting van de) schulddienstverlening;
de verzoeker één of meerdere verplichtingen zoals genoemd in artikel 6 en 7 Wgs en artikel 4 van deze regeling niet of in onvoldoende mate nakomt;
op grond van onjuiste gegevens schulddienstverlening is toegekend, terwijl het college, indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest, een andere beslissing zou hebben genomen;
er schulden zijn ontstaan, omdat de verzoeker niet te goeder trouw is geweest;
bekend is geworden dat de verzoeker in de periode van 5 jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoek is ingediend, dan wel tijdens het schulddienstverleningstraject, fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft gehad en in verband daarmee onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie, die beoogt leed toe te voegen, is opgelegd, en die veroordeling of sanctie, naar het oordeel van het college, een belemmering vormt voor de schulddienstverlening.