Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
“gebruik maken”: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet Milieubeheer.
Minicontainer: een door of namens het college van burgemeester en wethouders ter beschikking gestelde voorziening ten behoeve van de opslag van afvalstoffen niet zijnde gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 1.1 eerste lid van de Wet milieubeheer, met een inhoud van 240 liter of minder.
Ondergrondse verzamelcontainer: een door of namens het college van burgemeester en wethouders ter beschikking gestelde voorziening bij o.a. hoogbouw, appartementen en seniorenhofjes ten behoeve van de opslag van afvalstoffen niet zijnde gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 1.1 eerste lid van de Wet milieubeheer met een inhoud vanaf 5.000 liter of minder.
Gft-afval: groente-, fruit- en tuinafval.
Restafval: huishoudelijke afvalstoffen zijnde niet gescheiden.