Gebruik van voorzieningen voor elektriciteit en water is de verantwoordelijkheid van de standplaatshouder.
Indien de standplaatshouder nutsvoorzieningen wenst, kan hij dit op eigen rekening en risico laten aanleggen door een hiertoe gespecialiseerd bedrijf.
Alle kosten voor gebruik, aanleg, onderhoud en verwijderen van de voorzieningen komen voor rekening van de standplaatshouder.
Indien de standplaatshouder voorzieningen plaatst in gemeentegrond moet hiervoor toestemming aan de gemeente worden gevraagd.
Bij het eindigen van het gebruik van de standplaats, kan de standplaatshouder de kosten voor de aanleg niet verhalen op de gemeente. Eventuele overdracht aan een nieuwe standplaatshouder dient onderling te worden geregeld.
Indien het een standplaatslocaties betreft waarop wel een (gemeentelijke of private) water- en stroomvoorziening aanwezig is, kan de standplaatshouder verzoeken daarvan gebruik te mogen maken.
Indien het een gemeentelijke water- en stroomvoorziening betreft, worden de kosten daarvoor genormeerd in rekening gebracht bij de standplaatshouder per marktdag per aansluiting:
Kleinverbruik (230V/16A) € 1,84
Kleinverbruik op krachtstroomaansluiting (400V/16A) “ 5,53
Krachtstroom (400V/32A) “ 11,05
Hoofdstuk 5
Artikel 23
Gebruik nutsvoorzieningen ten behoeve van standplaats
Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen Het Hogeland 2021