Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.3

Artikel 6.3.1

Technische staat objecten

Onderdeel van Gemeentelijk RioleringsPlan Ouder-Amstel 2018 – 2022 Achtergronden

De voorzieningen voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater verkeren in een goede technische staat. Een rioolbuis zal na verloop van tijd slijten. Naast slijtage als gevolg van het dagelijks gebruik wordt de werking van de riolering ook beperkt door lekkende buisverbindingen, zettingen in de bodem of aantasting door in het riool aanwezige gassen. Zodra de stabiliteit, waterdichtheid of afstroming van het riool in gevaar is en hiermee de werking van het rioolstelsel wordt bedreigd moet ingegrepen worden. De gemeente inspecteert de riolen met camera's vanuit de leidingen. Vervolgens worden de toestandsaspecten bepaald op basis van de actuele NEN 3399-systematiek. De ernst van de schades wordt volgens de NEN 3398 geclassificeerd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen waarschuwingsmaatstaven en ingrijpmaatstaven. Het betreft grenstoestanden waarbij nadere onderzoeken respectievelijk ingrepen moeten worden uitgevoerd. Een ingrijp- of waarschuwingsmaatstaf betekent echter niet dat altijd direct maatregelen genomen moeten worden. Visuele inspectie alleen is onvoldoende om tot maatregelen te kunnen besluiten Kwaliteitsnorm Meetmethode Inspecties Meldingen Toetsing en strategie Binnenkomende inspecties worden direct beoordeeld op ingrijp- en waarschuwingsmaatstaven conform de landelijk gebruikelijke maatstaven. Deze maatstaven zijn afgeleid uit de beoordelingssystematiek van rioolinspecties zoals weergegeven in de NEN-EN 13508-2 en NEN 3399. Noodzakelijke maatregelen worden direct uitgevoerd of op korte termijn ingepland. Grotere en omvangrijke maatregelen komen op de meerjarenplanning, na afstemming met de overige werkzaamheden in de openbare ruimte. Deze maatstaven heeft de gemeente Ouder- Amstel echter niet vastgelegd. Gegevens over de kwaliteit van de riolen staan niet in het beheersysteem. Er is onvoldoende inzicht om een oordeel te geven over de ouderdom van de inspecties of welke riolen al dan niet zijn geïnspecteerd (naar bijvoorbeeld leeftijd, stelseltype of strengfunctie). De komende jaren worden de gegevensachterstanden weggewerkt en zijn ten minste alle gemengde en vuilwaterriolen geïnspecteerd. Het inzicht in de kwaliteitstoestand van de riolen komt daarmee op peil. Tevens wordt een Rioolbeheerplan opgesteld om onder meer de afwegingsmethodiek eenduidig vast te leggen. Belangrijke parameter in een zettingsgevoelig gebied als de gemeente Ouder-Amstel is de ‘verloren berging’. Dit zijn locaties in de riolen die als gevolg van verzakkingen niet meer onder vrij-verval kunnen afstromen naar de riolering. Een separaat onderzoek naar de hoeveelheid verloren berging is niet uitgevoerd. Langsmetingen van de riolen zijn wel standaard bij rioolinspecties en worden bij oplevering beoordeeld; indien nodig worden maatregelen voorgesteld. Bij de buitendienst zijn locaties die gevoelig zijn voor vuilophoping wel bekend (zoals bijvoorbeeld de zinkers). Deze worden frequenter (tot 4x per jaar) gereinigd dan de overige delen van de riolen. Deze aanpak vindt in de regel cyclisch plaats, op basis van het historisch inzicht bij de buitendienst. De komende periode wordt de aanpak opgenomen in een Rioolbeheerplan en hiermee meer planmatig van aard. Bevindingen worden toegevoegd aan het beheersysteem voor meer inzicht en nadere analyses. Stappen zetten naar planmatig en gedifferentieerd rioolbeheer Rioolinspecties vormen een belangrijke bron van kennis over de kwaliteitstoestand van het vrijverval rioolstelsel. De eerste stap die hierin gezet wordt is het inlopen van de achterstand en het ontsluiten van de gegevens via het beheersysteem. Daarna wordt een Rioolbeheerplan opgesteld om het planmatige beheer vast te leggen. Door vervolgens de ervaringen en constateringen uit de voorgaande inspectie- en reinigingsrondes mee te nemen en te evalueren (bepaalde riolen zijn bijvoorbeeld gevoeliger voor slibophoping dan andere) is het doelmatiger te differentiëren naar leidingfunctie, gebiedstype en jaar van aanleg. Hetzelfde principe geldt voor de inspectie en onderhoud van de gemalen en pompunits. Ook hiervoor wordt een plan opgesteld en is wellicht een efficiencyslag te maken. In de planperiode van het GRP 2018-2022 wordt hier vanuit DUO+ onderzoek naar gedaan en worden verkenningen uitgevoerd. De resultaten van deze inspecties worden verwerkt in het rioolbeheersysteem, waardoor de informatie bereikbaar en bewerkbaar is. In de planperiode stellen we het rioolbeheerplan op voor het gehele areaal (vrijvervalriolen, drukriolen, gemalen en pompunits en kolken). Het rioolbeheerplan bevat de beheervisie en een concretere planning van de maatregelen voor het onderhouden, inspecteren en vervangen van de riolering. Benodigde maatregelen het inlopen van de achterstand en het ontsluiten van de gegevens gericht inspecteren van de DWA- en gemengde riolen opstellen Rioolbeheerplan en operationele jaarplannen

Rechtspraak bij dit artikel