Naar hoofdinhoud
1.. Burgemeester en Wethouders verlenen aan de directeur mandaat tot het namens hen nemen van alle besluiten die voorvloeien uit de opdracht aan de omgevingsdienst, vastgelegd in de artikelen 4, 5 en 6 van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2015, de dienstverleningsovereenkomst tussen de gemeente en de omgevingsdienst en de bij deze overeenkomst behorende jaarprogramma’s en bijzondere opdrachten. 2.. Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, ziet tevens op de ondertekening van namens Burgemeester en Wethouders genomen besluiten. 3.. Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, ziet niet op: de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaarschriften, bedoeld in artikel 6:4 Algemene wet bestuursrecht; besluiten die leiden tot de vaststelling of wijziging van gemeentelijke beleidskaders of beleidsregels als bedoeld in artikel 1:3, vierde lid, Algemene wet bestuursrecht; besluiten tot het aangaan van convenanten; besluiten tot het al dan niet honoreren van schadeclaims van derden of het afkopen van mogelijke geschillen, met uitzondering van schadeclaims die vallen onder de werking van een vastgestelde publiekrechtelijke regeling; besluiten tot het voeren van rechtsgedingen of het zelfstandig instellen van bezwaar- en beroepsprocedures; besluiten tot het verlenen of weigeren van een vergunning of ontheffing; besluiten waarbij toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel