Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente West Betuwe 2022

1.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.1.1 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo2015) en artikel 1.1 Jeugdwet wordt in deze verordening en de daarop berustende bepalingen verstaan onder: algemeen gebruikelijk: een voorziening die: niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking; en daadwerkelijke beschikbaar is; en een passende bijdrage levert aan het realiseren van zelfredzaamheid of participatie; en financieel kan worden gedragen met een inkomen op bijstandsniveau arbeidsrelatie: als iemand op persoonlijke titel werkzaamheden uitvoert kan er sprake zijn van een arbeidsrelatie. De arbeidsrelatie wordt bepaald aan de hand van een drietal factoren: loon: wordt er ‘salaris’ betaald in plaats van een factuur of vergoeding; arbeid: worden de werkzaamheden door dezelfde persoon uitgevoerd; gezagsverhouding: kan de budgethouder opdrachten geven en bepalen wat er wordt gedaan. budgetplan: plan dat de client, die een maatwerkvoorziening aanvraagt, indient ter motivering van de wens om de voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget verstrekt te krijgen. centrumgemeente: de gemeente die voor de gemeente West Betuwe de maatwerkvoorziening beschermd wonen en maatschappelijke opvang financiert en uitvoert. Voor West Betuwe is dit de gemeente Nijmegen. eigen bijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4a Wmo2015. formele ondersteuning: ondersteuning en zorg, uitgevoerd door een gekwalificeerd persoon die beroepsmatig of bedrijfsmatig werkzaam is in deze ondersteuning en zorg, wat blijkt uit de inschrijving bij de Kamer van Koophandel (KvK) van hemzelf of de organisatie waarvoor hij werkzaam is. gebiedsteam: het samenwerkingsverband dat in opdracht van de gemeente de toegang vormt naar jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van inwonende ouders, kinderen, echtgenoten en andere huisgenoten (Wmo2015) of ouders met het gezag ten opzichte van hun minderjarige kinderen (Jeugdwet), rekening houdend met hun eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen. hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de client zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft of zal hebben en op welk adres hij in de Basisregistratie Personen (BRP) ingeschreven staat of zal staan. Indien de client met een briefadres in de Basisregistratie Personen ingeschreven staat, gaat het om het feitelijk woonadres. informele ondersteuning: ondersteuning en zorg die volgens de definitie van formele ondersteuning niet aan de voorwaarden van formele ondersteuning en zorg voldoet. ingezetene: client die hoofdverblijf heeft in de gemeente West Betuwe. lokaal verplaatsen per vervoermiddel: men kan zich in ieder geval binnen een straal van 30 kilometer rondom de woning makkelijk verplaatsen. maatwerkvoorziening: een voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1. van de Wmo2015 of een individuele voorziening als benoemd in de Jeugdwet. ondersteuningsplan: het document dat de medewerker van de gemeente maakt als weergave van het onderzoek. Daarin zijn opgenomen: de ondersteuningsbehoefte, de ondersteuningsdoelen, het plan van aanpak en evaluatieafspraken. ondersteuningsvraag: behoefte van een client aan ondersteuning als er sprake is van: stoornissen als bedoeld in artikel 2.3 lid 1 Jeugdwet; maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 1 Wmo2015. persoonlijk plan: een niet verplicht plan waarin de cliënt beschrijft welke hulp nodig is en hoe de cliënt dit wil regelen. regio: de gemeenten in regio Rivierenland die met elkaar samenwerken op het gebied van de inkoop van Wmo- en jeugdvoorzieningen. tarief of kostprijs: het bedrag dat de gemeente aan een aanbieder moet betalen voor de verstrekking van een voorziening in natura. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura (Wmo) is gelijk aan het tarief. voorliggende voorziening: een voorziening die op grond van andere wet- of regelgeving aan de Wmo of Jeugdwet vooraf gaat. sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt. zzp: zelfstandige zonder personeel. Een ondernemer die geen personeel in dienst heeft, waarbij voor de vaststelling of er sprake is van een ondernemer, de volgende criteria gelden: zelfstandigheid bij de inrichting van de eigen werkzaamheden en het uitvoeren daarvan en; het voor eigen rekening en risico verrichten van werkzaamheden en; het gericht zijn op en het perspectief hebben van het maken van winst en; bekendmaking van de onderneming en; het streven naar meerdere opdrachtgevers. 2.. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet (Wmo en Jeugdwet), het Uitvoeringsbesluit Wmo2015, het Besluit Jeugdwet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel