Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 15

Regels voor een persoonsgebonden budget (pgb)

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente West Betuwe 2022

1.. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de Wmo2015 en artikel 8.1.1 van de Jeugdwet. 2.. De cliënt die een pgb wenst, motiveert dit schriftelijk in een budgetplan, waarin is opgenomen: welke redenen er zijn om te kiezen voor een pgb in plaats van zorg in natura; welke ondersteuning cliënt wil inkopen met het budget en bij welke uitvoerder; op welke manier deze ondersteuning bijdraagt aan zijn participatie en zelfredzaamheid of aan gezond en veilig opgroeien van de jeugdige(n) naar zelfstandigheid; hoe de kwaliteit van de ondersteuning is gewaarborgd; hoe eventuele meerkosten van de ondersteuning worden bekostigd; hoe de cliënt zelf of met iemand uit het sociale netwerk dan wel informele netwerk of zijn vertegenwoordiger de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze gaat uitvoeren. Ten aanzien van een jeugdhulp pgb dat de op basis van het pgb te verlenen jeugdhulp een passende oplossing biedt voor de door het college vastgestelde hulpvraag van de jeugdige en/of diens ouders. 3.. De hoogte van een pgb: wordt vastgesteld aan de hand van het door de cliënt opgesteld budgetplan over hoe hij het pgb gaat besteden (zie artikel 15 lid 2 van deze Verordening); wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, en; bedraagt niet meer dan de totale kostprijs van in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura, mits toereikend; voor dienstverlening is opgebouwd uit verschillende kostencomponenten, zoals salaris (minimaal wettelijk minimumloon + vakantiegeld), vervanging tijdens vakantie, verzekeringen en reiskosten; wordt voor dienstverlening jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de contractueel overeengekomen index voor de betreffende maatwerkvoorziening in natura; wordt voor een zaak bepaald op ten hoogste de kostprijs van de zaak die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt. Als de verstrekking in natura een tweedehands voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop de zaak technisch is afgeschreven, rekening houdend met onderhoud en verzekering. Als de verstrekking in natura een nieuwe voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering. wordt voor dienstverlening bepaald op basis van de dienstverlening die anders als zorg in natura zou zijn geleverd en bedraagt voor de inzet van dienstverlening, uitgevoerd door: personen die formele hulp en ondersteuning bieden, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1ste of 2de graad van de cliënt: werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden is ingeschreven in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken; of werken als Zelfstandige zonder personeel en ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken; of ingeschreven staan staat in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet, niet vallend onder sub i. of ii. en waarmee de cliënt een arbeidsovereenkomst heeft afgesloten. De aanbieders die vallen onder I ontvangen maximaal 100% van het laagste tarief per uur of resultaat van een door gemeente gecontracteerde aanbieder die een vergelijkbare vorm van dienstverlening biedt. De aanbieders die vallen onder II en III ontvangen maximaal 90% van het laagste tarief per uur of resultaat van een door gemeente gecontracteerde aanbieder die een vergelijkbare vorm van dienstverlening biedt. Indien de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de 1ste of 2de graad van de budgethouder, is er altijd sprake van informele hulp. Indien de hulp of ondersteuning wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in lid 3 sub g onder 1 is sprake van informele hulp. Personen, al dan niet uit het sociaal netwerk, die niet voldoen aan de criteria zoals genoemd in sub g onderdeel 1, dan wel personen die voldoen aan de criteria zoals genoemd in sub g onderdeel 1, maar bloed- of aanverwanten in de 1ste of 2de graad zijn van de cliënt ontvangen: 50% van het van toepassing zijnde resultaattarief voor huishoudelijke ondersteuning; 50% van het laagste tarief van een door de gemeente gecontracteerde aanbieder die een vergelijkbare vorm van dienstverlening biedt tot maximaal € 20,-- per uur overeenkomstig artikel 5.22 van de Regeling langdurige zorg voor de overige vormen van dienstverlening; € 30,-- per etmaal voor kortdurend verblijf tot maximaal € 141,-- per kalendermaand voor een hulp uit het sociaal netwerk zoals opgenomen in artikel 2ab van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 dan wel artikel 8ab Regeling Jeugdwet, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt kan worden volstaan met een lagere tegemoetkoming. De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan de jeugdhulp betrekken van een persoon die behoort tot het sociale dan wel informele netwerk voor zover het niet gaat om ggz-behandeling. De hoogte van het pgb voor personen uit het sociaal dan wel informele netwerk is bij een dienstverband dan wel een overeenkomst van opdracht, minimaal gelijk aan het minimum uurloon, inclusief vakantiebijslag, zoals bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor een persoon van 22 jaar of ouder met een 36-urige werkweek. 4. . In het pgb is een vrij besteedbaar bedrag opgenomen van 2% van het totale pgb op jaarbasis tot een maximum van € 500,--. 5. . Het pgb is niet bedoeld voor de betaling van: administratiekosten; reiskosten; bemiddelingskosten (van tussenpersoon of belangenbehartigers); eenmalige uitkering; feestdagenuitkering. 6. . Indien het op basis van lid 3 sub a tot en met g van dit artikel het vastgestelde pgb in een individueel geval ontoereikend is om de aangewezen ondersteuning te kunnen inkopen, wordt het tarief zodanig aangepast dat de ondersteuning hiermee bij tenminste één aanbieder kan worden ingekocht. 7. . In plaats van de inzet van het collectief vraagafhankelijk vervoer is de hoogte van het pgb per kilometer gelijk aan de onbelaste kilometervergoeding zoals de Belastingdienst hanteert voor woon- werkverkeer. 8. . Er wordt geen pgb verstrekt als de cliënt niet voldoende in staat is om (met hulp) een pgb te beheren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel