Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9

Artikel 28

Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, verrekening, intrekking en terugvordering

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente West Betuwe 2022

1.. Het college informeert cliënten of hun vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb zijn verbonden over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2.. Een cliënt doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing tot verstrekking van een maatwerkvoorziening of pgb als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de Wmo 2015 of artikel 2.3 of 8.1.1 Jeugdwet. 3.. Het college kan een beslissing als bedoeld in de Wmo of Jeugdwet herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: De cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid. De cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is aangewezen. De maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten. De cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het pgb verbonden voorwaarden. De cliënt gebruikt de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel. 4.. Als het college een besluit tot verlening van jeugdhulp op grond van het derde lid onderdeel a van dit artikel heeft herzien of ingetrokken, kan het college de geldswaarde vorderen van de teveel of ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het teveel of ten onrechte genoten pgb. 5.. Als het college een besluit tot verlening van maatschappelijke ondersteuning op grond van het derde lid, onderdeel a van dit artikel, heeft herzien of ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van degene die opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb. 6.. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen drie maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 7.. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan. 8.. Voor het toezicht op rechtmatigheid van de uitvoering van de Wmo en de Jeugdwet heeft het college de sociale recherche Regio Rivierenland aangewezen. 9.. Het college kan een terug te vorderen bedrag verrekenen met betalingen op grond van de wet, die nog uitgekeerd moeten worden. 10. . Voor het toezicht op de rechtmatigheid van de uitvoering van beschermd wonen en opvang gelden de criteria zoals opgenomen in de verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp van de gemeente Nijmegen en de hierop gebaseerde nadere regels en/of beleidsregels van de gemeente Nijmegen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel